Ik vroeg (bij gebrek aan een fysieke sparringpartner) aan mijn digitale vriend ChatGPT: “Waar denk je aan bij het vierogenprincipe?” Ik had een snelle reactie verwacht, maar hij (in mijn hoofd is ChatGPT op de een of andere manier een man) moest er even over nadenken.
Hij kwam met het volgende, niet heel verrassende antwoord: “Het vierogenprincipe is een controle- en veiligheidsmaatregel die voorschrijft dat kritieke taken, besluiten of situaties altijd door ten minste twee personen moeten worden beoordeeld om fouten, fraude en misbruik te voorkomen.”
Ondertussen weet mijn digitale vriend vaak sneller dan ikzelf welke kant mijn gedachten op gaan, want hij vroeg meteen: “Wil je weten hoe dit wettelijk is geregeld in de Nederlandse kinderopvang?”
Dat was exact waar ik naartoe wilde. Niet dat ik zijn uitleg nodig had; ik weet al hoe het wettelijk zit. De trouwe lezer kent mijn columns ondertussen wel: doorgaans schrijf ik over onderwijsperikelen in het basisonderwijs of in het hoger onderwijs. Aan de fase die voorafgaat aan het primair onderwijs heb ik nog niet eerder aandacht besteed. Een lokale kwestie binnen de kinderopvang over datzelfde vierogenprincipe dwingt me er nu toe.
In het hoger onderwijs kennen we het vierogenprincipe als kwaliteitseis bij examinering. Mondelinge examens worden afgenomen door twee examinatoren, óf het examen wordt opgenomen zodat een tweede paar ogen en oren later kan meekijken. In de kinderopvang draait het principe om fysieke en emotionele veiligheid. Gelet op de afschuwelijke zaken rondom kindermisbruik die ons land hebben geschokt, hoef ik niemand uit te leggen waarom zo’n regel hard nodig is.
Maar ik verbaas me over de maas in de wet. De huidige formulering geeft een vals gevoel van veiligheid. De regel stelt dat een medewerker de werkzaamheden alleen mag uitvoeren als deze gehoord óf gezien kan worden door een andere volwassene.
Laat die zin even op u inwerken.
U werkt met weerloze, jonge kinderen. U mag met een peuter alleen in een ruimte zijn, en dat is volgens de wet helemaal oké — zolang een collega u in theorie zou kunnen horen of zien. De wet verplicht namelijk géén fysieke aanwezigheid van twee medewerkers op een groep. Het volstaat als de opvang zo is ingericht dat een tweede volwassene ‘onverwacht kan meekijken of meeluisteren’.
Ik weet niet of u de situatie op de arbeidsmarkt volgt, maar de personeelsnood in de zorg en opvang is giga. Pedagogisch medewerkers rennen de benen onder hun lijf vandaan. Er is simpelweg niemand die tussendoor even tijd heeft om "onverwacht te gaan meekijken". Doorkijkjes en glazen wanden klinken mooi op papier, maar in de praktijk zijn er talloze momenten — bij het verschonen, douchen of naar bed brengen — waarop een volwassene volkomen alleen is met een kind. Zonder enig direct zicht.
Het resultaat? Een papieren werkelijkheid. Een regel die op papier veiligheid belooft, maar in de praktijk zo vrijblijvend is dat hij kwaadwillenden nauwelijks in de weg staat. Dat blijkt wel uit het feit dat er nog steeds met regelmaat schokkende zaken van grensoverschrijdend gedrag en misbruik op kinderdagverblijven aan het licht komen. De inspectie vinkt de regeltjes af, terwijl de kwetsbaarsten onbeschermd blijven.
En alsof dat nog niet genoeg is, brengt diezelfde krapte op de arbeidsmarkt nóg een opmerkelijk fenomeen met zich mee: een actief 'pro-mannenbeleid' (in het kader van “rolmodellen” of “diversiteitsbeleid”) . Begrijp me niet verkeerd, ik wil niet discrimineren of goedwillende meesters en meesters-in-spe over één kam scheren. Maar in een sector waar veiligheidssystemen aantoonbaar falen en waar de statistieken rondom misbruik helder zijn... is zo'n offensief om meer mannen op de groep te krijgen, eerlijk gezegd niet gewoon de kat op het spek binden?