Een rugtas die blijft staan

23 February 2026, 11:49 uur
Columns
mainImage

Zijn wekker ging eerst nog elke ochtend.
Niet omdat hij moest.
Maar omdat hij wilde.

De laatste weken hoor ik hem niet meer.

“Wanneer mag ik beginnen?”

Laat ik hem Amir noemen. 19 jaar. Rustige jongen. Niet iemand die klaagt. Maar iemand waarbij je denkt: die redt zich wel.

Hij woont inmiddels ruim twee jaar in Nederland. Eerst wachten op veiligheid. Daarna wachten op een besluit. Dat hoort bij een zorgvuldig systeem — dat begrijp ik. Zorgvuldigheid kost tijd.

Maar voor een jongere voelt wachten zelden zorgvuldig. Het voelt vooral als stilstand.

Toen er eindelijk duidelijkheid kwam over zijn toekomst hier, meldden we hem aan voor een Internationale Schakelklas (ISK). Dit is een speciale schoolklas voor kinderen en jongeren die de Nederlandse taal nog niet goed beheersen. Doel is om ze zo snel mogelijk de taal en cultuur van Nederland te leren, zodat ze kunnen doorstromen naar reguliere klassen in het onderwijs. Nederlands leren. Structuur. Gewoon weer leerling zijn.

Het antwoord was kort.

“Er zijn nog 384 wachtenden voor u.”

En soms komt daar nog iets bij. Dat voorzieningen zoals extra onderwijsplekken vaak vooral gericht zijn op de eerste periode na aankomst (2 jaar vanaf de datum in Nederland). Terwijl jongeren door lange procedures (die vaak 2 tot 3 jaar! duren) juist pas later echt kunnen beginnen. Dan heb je twee jaar gewacht op een besluit — en hoor je vervolgens dat je eigenlijk te laat bent.

Sindsdien zie ik kleine dingen veranderen.

Zijn rugtas staat niet meer voor de kast.
Hij spreekt minder Nederlands dan eerst.
Hij zegt vaker: “Maakt niet uit.”

Niet boos. Niet dramatisch.
Gewoon langzaam.

Hij wachtte eerst op een besluit.
Nu wacht hij op een klas.

Scholen doen wat ze kunnen. Docenten zetten zich enorm in. Maar procedures duren soms langer dan gedacht, terwijl onderwijsplekken juist eerder nodig zijn dan later. Daar schuurt het.

En in dat gat blijven jongeren soms stil staan.

Onderwijs is geen luxe.
Het is ritme. Eigenwaarde. Vooruitgang.
Voor henzelf — en uiteindelijk ook voor de samenleving waarin ze hun plek zoeken.

384 wachtenden.

Dat klinkt als administratie.
Tot je ze leert kennen.

Dan zie je geen lijst meer.
Je ziet jongeren die niet vragen om voorrang.
Alleen om een begin.

En misschien is dat wel de kern:

Een toekomst begint niet bij een besluit.
Maar bij de dag dat je weer ergens naartoe mag.

Tanja is locatie-manager van het AZC op het Stationsplein in Voorburg