Nelleke Zitman is een Nederlands actrice. Ze werd bij het grote publiek bekend door haar rol als verslaggeefster Marlies Moerman in de dramaserie Coverstory van de NCRV. Voor die omroep presenteerde ze ook het programma Taxi.

“Denkend aan Rijswijk, denk ik aan 35 geleden toen wij in Rijswijk kwamen wonen. Je reed Rijswijk binnen onder de A4 door, dan over de Hoornbrug met zijn tramrails, vooral de ventweg nemen en dan een draai van 180 graden om bij het water, de Vliet, uit te komen, alwaar wij neerstreken. Het was een kale en saaie binnenkomst. Wat is er veel veranderd in die 35 jaren.”

“Als je Rijswijk nu binnen rijdt, kom je als toegangspoort onder de trambaan van lijn 15 door. Het is een zwierige bocht met fraaie kegelvormige pijlers en ik geniet van dit leuke stukje architectuur.”

Vervolgens rijdt je langs het, niet te vermijden, rode kunstwerk van Marcel Smink. Het stelt een slakkenhuis voor, waarbij we direkt aan een wulk denken. Maar het kan ook een wadslakje zijn. Wist u dat de huisjes van slakken altijd rechtsdraaiend zijn. De kunstenaar heeft de rode schelp dan ook correct vorm gegeven. Zo word je langs het rode kunstwerk feestelijk Rijswijk binnengeleid. “

“Over de Hoornbrug is het nu eenvoudig rechts afslaan om bij de Vliet te komen. De Hoornbrug hebben wij eerst verbreed zien worden en daarna weer versmald voor auto’s, met tot gevolg dat daar nu het fileleed is. Wie vroeger in de buurt van de Hoornbrug woonde hoorde donderslagen bij heldere hemel; dit was de tram die over de brug reed. De rails is nu in rubberen isolatiemateriaal gelegd en de tram is nog slechts een zacht gedreun. Ondanks alle verbouwingen aan de brug is gelukkig het mooie 6-kantige brugwachtershuisje tot op heden intact gebleven. Het is een voorbeeld van vooroorlogse waterstaat-architectuur.”

“Toen wij er net woonden, konden wij ons huis ’s ochtends en ’s middag bijna niet verlaten omdat een hele lange file de Huis te Hoornkade verstopte. Onze straat was een sluiproute tussen Plaspoelpolder en de Hoornbrug. Die file is er al lang niet meer, sinds André van Duin samen met zijn Corrie de Fortuijnbrug opende. Dit was de doortrekking van de A4 naar Delft en Wateringen en de Plaspoelpolder sloot hierop aan. Sinds kort is onze straat zelfs een hele mooie straat geworden waar auto’s “te gast ” zijn. Fietsen en wandelen is nu een waar genot. De plantsoenendienst doet zijn best op bloeiende planten en bomen. Als je wandelt langs het groen van de kade, kom je bij de haven van Rijswijk. Daar vlakbij is de nieuwe fietsbrug, de Oversteek, een oversteekje waard.”

“Reeds in de verte zie je de slanke brug opdoemen. Bij de draaibrug kan je rustig even op een bankje zitten, genietend van bootjes, bloemen en brug. Want de brug is een fraai stukje architectuur met haar 18 meter hoge pyloon en haar S-vormige dek over de Vliet. Ze is een waar kunstwerk en een echte blikvanger.”

“Dan lopen we nog even door naar de haven van Rijswijk en zie; alle industrie is verdwenen bij de haven. De haven is zelfs een rustieke woonplek geworden met fraaie huizen aan het water. De ophaalbrug is in oude glorie hersteld en een monumentje in het landschap geworden. Dat was vroeger wel anders. Het was een oude roestige werkhaven met een ijzerverwerkingsindustrie. Je hoorde afwisselend doffe slagen, heldere slagen en geraas van al het breken en pletten van oud ijzer.”

“Dan denk ik ook nog aan onze schouwburg, die er nu al bijna 30 jaar staat. Ze biedt een landelijk programma en doet niet onder voor schouwburgen uit de stad. Het geeft Rijswijk allure.”

“Denkend aan Rijswijk, ervaar ik Rijswijk als “een warm bad”. De lijnen zijn kort naar het gemeentehuis en je krijg direct de juiste ambtenaar aan de lijn als je een vergunning aanvraagt. De winkeliers leren jou in no time kennen en geven met hun persoonlijke aandacht je het gevoel dat je welkom bent. En dàt kleinschalige is tot op de dag van vandaag gebleven.”

Redacteur: René Marquard