Tijdens de gemeenteraadsvergadering van dinsdag is het voorstel om geld ter beschikking te stellen voor de gefaseerde invoering van de realisatie van het Huis van de Stad door de gemeenteraad aangenomen. Negentien raadsleden stemden voor het voorstel, acht tegen. De tegenstanders waren de fracties van het CDA, Onafhankelijk Rijswijk en de PvdA’ers Hagenaars en Bolte. Beter voor Rijswijk diende en motie in om te onderzoeken naar de mogelijkheid om de verwachte parkeerdruk te verminderen door de aanleg van een parkeergarage onder de vijver tussen het oude stadhuis en de Rijswijkse Schouwburg in. De motie werd door wethouder Ronald van der Meij overgenomen.

Het CDA stemde tegen het voorstel in verband met de timing (aan het einde van de raadsperiode) en de vele dossiers die momenteel impact kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente. Bovendien vonden de Christendemocraten dat de inwoners te weinig betrokken waren bij de plannen voor het nieuwe ‘Huis van de Stad’.

Twee van de drie vertegenwoordigers van de PvdA (Hagenaars en Bolte) hadden ondanks de door hen gevraagde en door het College gehonoreerde second opinion nog te veel bedenkingen op financieel vlak. Vooral het feit dat de financiën over de inrichting van de omgeving nog niet inzichtelijk waren en dat de zorgen over de parkeerdruk niet weggenomen kon worden. deed hen besluiten om tegen te stemmen.

Onafhankelijk Rijswijk bleek, zoals werd verwacht, fel tegenstander te zijn van de totstandkoming van het Huis van de Stad. De grote financiële risico’s, de parkeerlast, de slechte toekomstige economische situatie van de Bogaard-locatie, en het feit dat er niet samen met de eigenaar van Hoogvoorde verder was overlegd over andere mogelijkheden waren de redenen waarom ook de heren Jense en Dijkhuizen tegenstemden.

De coalitiepartijen en Beter voor Rijswijk stemden in met het voorstel.