Hierboven een MG TA uit 1938 gefotografeerd op het Scheveningse strand, najaar 1961. Een fraaie oldtimer die door twee studenten aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten met veel bloed, zweet en tranen geheel was gerestaureerd. Maar het scheelde niet veel of deze klassieke auto was kort na deze foto-opname geheel door de golven overspoeld.

Een van die studenten was Leo Schepman, woonde in de Mauritslaan in Rijswijk en de Oltimer werd in de schuur achter in de tuin gerestaureerd. Er was geen achterom dus via de openslaande deuren voor en achter door de salon en de huiskamer in onderdelen naar de schuur gebracht. Voor het vak fotografie op de academie moest hij als studieopdracht een technische foto maken met een platencamera (beeldformaat 9×12 cm) die de academie ter beschikking had gesteld. Hij koos als onderwerp de geliefde gerestaureerde klassieke auto en die fotograferen op een bijzondere fotogenieke plek; het Scheveningse strand. Hij reed de auto het strand op en installeerde de camera op statief en begon met het scherpstellen in de zoeker.

Daarmee bezig bemerkte hij tot zijn schrik – al kijkend in de zoeker – dat de auto langzaam in het natte zand wegzonk. Paniek! Rende naar de auto, startte de motor en probeerde weg te rijden. Tevergeefs, want de auto zonk steeds verder in het zand. Wat hij ook probeerde, de onderkant van het chassis lag al op het natte zand. Geen beweging in te krijgen. Terwijl de vloed langzaam opkwam en op deze vroege najaarsochtend geen mens was te bekennen voor enige vorm van hulp. Ik dacht al aan de confrontatie met de mede-eigenaar die ik moest vertellen dat onze fraaie oldtimer helaas in de Noordzee was ten onder gegaan. Wanhopig rende hij de boulevard op naar een alarm telefooncel en belde de brandweer en de politie met een noodoproep.

Weer terug bij de auto zag hij dat de situatie alleen maar ernstiger was geworden. De vloed kwam op en het zou niet lang meer duren of de auto zou geheel door de golven worden verzwolgen. Maar de redding was nabij in de vorm van een groepje joggers die langs renden en verbaasd naar de wegzinkende auto keken. Kunnen jullie mij helpen, vroeg hij.
Dat konden ze en met vereende krachten trokken ze de auto langzaam omhoog met de wielen weer op strandhoogte zodat hij snel kon wegrijden, de boulevard op. Daar kwam de politie en de brandweer reeds aanrijden en hij kon ze geruststellen; het gevaar was geweken. Maar niet nadat hij een fikse boete kreeg voor het begeven van een voertuig op het stand dat ten strengste verboden was. Hij reed met de oldtimer naar een hoog gelegen veilig punt bij de vuurtoren en overdacht het onwaarschijnlijke avontuur dat gelukkig goed was afgelopen.

Door: Paul Schepman