Het definitieve ontwerp van het Huis van de Stad is dinsdagavond door Jeroen Simons van Inbo Architecten en Jacco de Wildt van BBN adviseurs aan de gemeenteraad en aanwezig publiek gepresenteerd. De bouw zou ik twee fasen moeten plaatsvinden. Tijdens Fase 1 (kosten 18,2 miljoen) wordt het gebouw casco en de inrichting van het souterrain en begane grond opgeleverd. In fase 2 (kosten 10,8 miljoen) komen daar de etages 1 tot en met 3 bij.

Verantwoordelijk wethouder Ronald van der Meij was dinsdagavond ook de voorzitter van de vergadering en gaf de aanwezige raadsleden gelegenheid om te reageren op het definitieve ontwerp van het Huis van de Stad. De raadsleden werd wel gevraagd zich te beperken tot vragen op technisch vlak.

De belangrijkste vragen hieronder:

Beter voor Rijswijk had vragen over de parkeerdruk tijdens de werkzaamheden, de wind op het buitenterras, de toegankelijkheid voor mindervaliden, de overlast voor aanwezigen in het Huis van de Stad van werkzaamheden tijdens Fase 2, en de niet gemonitorde kosten van het buitengebied . De vraag over parkeerdruk werd beantwoord door Frans Troost van de Gemeente Rijswijk. Uit onderzoek was gebleken dat tijdens fase 1 er geen parkeerdruk was en tijdens fase 2 zou een mogelijk tekort aan parkeerplekken worden opgevangen door parkeerplekken van het Hendrik Ravesteijnplein. Naar de wind rondom het stadhuis wordt nog onderzoek gedaan. De toegankelijkheid voor mindervaliden werd gewaarborgd. Er zou een minimum aan overlast zijn bij de bouw fase 2 aangezien de grote zaken bij de renovatie al tot stand gekomen waren. De kosten voor het realiseren van het buitengebied werd buiten beschouwing gelaten. Wethouder Van der Meij zegde toe daar in een later stadium op terug te komen.

Het CDA vond dat de 2% extra uitgetrokken budget voor de kosten in de (veranderende )bouwmarkt aan de lage kant was. Bovendien wilde het CDA weten waarvoor de kosten voor de natuursteengevels niet beter begrensd waren. Men vond ook het benoemen van financiële risico’s van het Atrium, zonder hier specifiek op in te gaan, te algemeen van aard. Wethouder Nicole Dierdorp vertelde dat de 2% extra budget bovenop een al zeer ruim genomen budget kwam. Bovendien zou de aanbesteding pas over anderhalf jaar van start gaan. Bij de bespreking over de natuursteengevels kwam ook de bevestiging van platen van de klokkentoren ter sprake. Men verwachtte, na onderzoek, dat behalve deze ene plaat die niet goed bevestigd was, geen problemen meer te ondervinden. Jacco de Wildt vond dat het alleen al benoemen van een risico bij de bouw van het souterrain in deze fase voorlopig al voldoende was om zo ‘awareness’ te kweken bij de betrokkenen.

De PvdA vroeg zich af indien fase 1 en 2 tegelijk zouden worden uitgevoerd of dit niet een positief effect op de begroting voor de renovatie van het Huis van de Stad zou hebben. Ook wilde men weten of er onderzoek is gedaan naar de aantallen bezoekers en gebruikers van het Huis van de Stad in verband met de exploitatie van de horeca. Volgens de twee deskundigen is het momenteel niet de prettigste bouwmarkt om de renovatie van het Huis van de Stad in slechts 1 fase uit te voeren. Men verwachtte dat he bouwen in 2 fasen misschien zelfs goedkoper zou zijn. Zekerheid daaromtrent kon niet gegeven worden. Er was zeker onderzoek gedaan naar het aantal bezoekers en gebruikers, maar deze was niet paraat. De exploitatie van de horeca was alleen voor bezoekers en gebruikers tijdens openingstijden van het stadhuis. Volgens onderzoek was er geen markt voor een uitgebreidere horecavoorziening.

Gemeentebelangen Rijswijk vroeg zich of er bij het voltrekken van trouwerijen rekening is gehouden met de mogelijke parkeerdruk. Ook werd gevraagd of er een aparte ruimte is voor het bruidspaar om zich even te kunnen terugtrekken voor de plechtigheid. Er werd vervolgens verteld dat er voldoende parkeergelegenheid is om trouwerijen doorgang te laten vinden. Ook is er een aparte ruimte naast de trouwzaal voor het bruidspaar om zich even terug te trekken.

D66 vindt het belangrijk dat bij de renovatie verschillende originele elementen van het oude stadhuis, in al of niet andere vorm, mee worden genomen in de plannen van het Huis van de Stad. De architect verzekerde dat deze elementen zeker in de nieuwe plannen voorkomen en zij na de renovatie zeker zullen terugkomen in het zicht van de Rijswijker.