De huizenprijzen lopen dit jaar harder op dan waar eerder rekening mee gehouden werd. Economen van Rabobank stelden in een rapport over de woningmarkt de prognose voor prijsontwikkelingen naar boven toe bij, onder meer doordat woningkopers veel vaker overbieden dan voorheen.
Volgens Rabo zal een woning dit jaar gemiddeld 8,7 procent duurder worden. Eerder dit jaar ging de bank nog uit van een prijsstijging van 8,0 procent. De verkoop van huizen gaat juist minder hard.

Rabo-econoom Christian Lennartz stelt dat de hoge huizenprijzen het vertrouwen van Nederlanders in de woningmarkt ondermijnen. Meer mensen geven aan dat het een ongunstige tijd is om een huis te kopen. Samen met het gebrek aan keuze voor zowel starters als doorstromers leidt dit volgens de econoom naar verwachting tot minder woningverkopen.

Ook is hij somber over de nieuwbouwmarkt. ”Het gebrek aan huizen is een van de belangrijkste factoren achter de problemen op de woningmarkt”, aldus Lennartz. Hij wijst onder meer op de daling van het aantal verleende nieuwbouwvergunningen in de afgelopen maanden.

Tussen april en juni dit jaar werden volgens Rabo in Nederland in totaal 52.930 huizen verkocht, bijna 6000 minder dan een jaar eerder. Net als in de eerste drie maanden van dit jaar liep het aantal verkopen vooral terug in de vier grote steden en de provincies waarin ze liggen. Alleen in Groningen was sprake van een toename.

De bank wijst er andermaal op dat de verkopen in de eerste maanden van 2017 op hun piek lagen en dat daarmee de vergelijkingsbasis lastig is. De volumes van de voorgaande maanden bestempelt Rabo dan ook als normaal, met historisch gezien nog altijd een groot aantal verkopen.

Voor heel 2018 gaat Rabo uit van 225.000 verkopen. Dit betekent een stevige daling ten opzichte van de bijna 242.000 transacties in 2017. Vooral jongeren haken steeds vaker af in de strijd om een koophuis. Doordat prijzen de laatste jaren hard zijn gestegen verwacht Rabo dat het aandeel van starters verder zal afnemen in de tweede helft van 2018 en in 2019.

Bron: ANP