Wil van Nunen van PvdA Rijswijk heeft het college om opheldering gevraagd over de manier waarop aanbestedingen bij WMO-woonvoorzieningen tot stand komen. Aanleiding is een concreet voorbeeld waarbij een inwoner van Rijswijk, na een aanvraag te hebben gedaan in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), een factuur kreeg van circa €2.500 voor enkele kleine werkzaamheden.

Bij boven genoemde zaak werd de opdracht uitgevoerd door een aannemer uit het oosten van het land, wat kostentechnisch niet gunstig was. Bovendien was het uiteindelijke resultaat op onderdelen kwalitatief onvoldoende. Echter, cliënten hebben geen invloed op de keuze van de aannemer en op de inkoopprijs van werkzaamheden, maar bij hen wordt wel  een deel van de kosten in rekening gebracht.

Daarom wil de PvdA het volgende van het College weten:

Welke procedure hanteert de gemeente bij de aanbesteding ten behoeve van uitvoering van WMO-woonvoorzieningen? Zijn er vaste overeenkomsten met 1 of enkele aannemers in de regio of worden opdrachten per situatie verleend?

De inwoner betaalt in de meeste gevallen zelf ook een substantiële bijdrage van de uitgevoerde werkzaamheden. Het is dus zowel in het belang van de gemeente als onze inwoners om bij aanbesteding of opdrachtverlening scherp te letten op de prijsstelling in relatie tot de te leveren kwaliteit. Kunt u aangeven hoe de gemeente deze aspecten scherp in de gaten houdt?

Bent u ervan op de hoogte en vindt u het een wenselijke situatie dat de hoofdaannemer in de praktijk een onderaannemer kan inhuren om de werkzaamheden uit te voeren?

Bent u het met ons eens dat inhuur van een (onder)aannemer van ver buiten onze regio een voorziening waarschijnlijk onnodig duur maakt?

Behoeft n.a.v. bovenstaande vragen de gemeentelijke procedure rond aanbesteding van WMO-woonvoorzieningen volgens u aanpassing?