Het is geen geheim dat we soms terug verlangen naar de Haagse voetbaltijden van weleer. Naar die tijd dat Rijswijk een heuse ‘voetbalstad’ was. Het is belangrijk om al die mooie herinneringen aan het papier toe te vertrouwen en deskundige op het gebied van de Haagse Voetbalhistorie” is Rob Pronk.

Zijn derde boek kwam onlangs uit “Van Buurtweg tot Zuiderpark” en daarin ontbreekt zeker niet de verhalen uit het rijke Rijswijkse voetbalverleden. Hieronder een interview met  Scheveninger Rob Pronk waarin hij ingaat op de Rijswijkse periode van toen en nu!

Rob, in je onlangs uitgebrachte boek vol Haags voetbal nostalgie ook de nodige aandacht voor het Rijswijkse verleden.
“Uiteraard besteed ik ook in mijn derde boek ook aandacht aan de Rijswijkse voetbalhistorie, want ook in Rijswijk zat vroeger een bolwerk van prachtige en unieke voetbalverenigingen. Op bladzijde 85 van mijn boek “Van de Buurtweg tot het Zuiderpark” kom ik daarop terug met een foto van het oude De Adelaars terrein met de vermelding dat dit complex bij de Schaapweg / Vredenburchweg sinds 2010 behoort tot het grootste onkruidveld van Nederland. Cynisch bedoeld natuurlijk maar het feit is wel dat in de gemeente Rijswijk nog slechts 3 voetbalverenigingen rijk is. Dit waren er in de jaren tachtig nog meer dan twintig.”

Rijswijk was met een aantal verenigingen  toonaangevend in de regio Haaglanden en ook daarbuiten.
“Klopt, denk maar aan de glorietijden van vooral RVC, waar toen bij iedere wedstrijd van het eerste elftal op Prinses Irene Sportpark enkele duizenden toeschouwers langs de lijn stonden. Zo versloeg bijvoorbeeld RVC op 16 mei 1971, voor maar liefst 8000 toeschouwers, concurrent Papendrecht met 3-0 en werd zodoende kampioen van de zondag 1e Klasse B KNVB. Ook R.v.v. Rijswijk deed het in de jaren tachtig / negentig uitstekend met kampioenschappen in de zondag 3e- en 2e-Klasse van de KNVB. Na de fusie van RVC/Rijswijk met Kranenburg speelde de nieuwe fusieclub Haaglandia natuurlijk ook in de top van het zondagvoetbal.”
De laatste jaren gaat het mis helaas  in Rijswijk,  denk aan RSV Hoekpolder en Haaglandia. Voor jou geen verrassing meer?
“Helaas ja, maar deze trend zien we niet alleen in de gemeente Rijswijk maar in de hele regio Haaglanden. Dit heeft verschillende oorzaken maar ik denk persoonlijk dat de grootste oorzaak is dat veel mensen geen enkele binding meer met een club hebben. Vroeger gingen hele families naar de voetbalvereniging, bleven daar dan ook de hele dag ‘hangen’ en waren niet beroerd om dan ook de handen uit de mouwen te steken. Zelfs in de zomervakantie’s verbleef men op de club om het nodige schilderwerk en dergelijke te verrichten. Er werd vroeger ook van alles georganiseerd op de club, van feestavonden tot sportdagen waarbij het altijd mutje vol was en dit de clubkas aardig spekte. De laatste tientallen jaren hebben de kinderen de keuze uit vele andere sporten of zitten liever thuis achter de computer dan op het voetbalveld.”

Binding
“Zoals gezegd, er is momenteel bijna geen enkele binding meer met een club. Zowel senioren als jeugdspelers betalen (hopelijk) contributie, willen hiervoor alleen voetballen en verwachten dan ook dat dit voor hun allemaal geregeld is. Vervolgens meestal na het voetballen gelijk naar huis en bij de jeugd zien we regelmatig dat de ‘kids’ door hun ouders op de club worden afgezet en daarna weer worden opgehaald. Geen hele families dus meer en vaak lege kantines waardoor de inkomsten voor de vereniging steeds vaker tegenvallen.
Alles komt dus eigenlijk neer op de vrijwilligers van een vereniging en deze mensen kunnen het ook steeds minder belopen zo. Kortom, vele clubs kunnen financieel hun hoofd niet meer boven water houden, dit komt natuurlijk ook door de zware kosten van terreinhuur en elektriciteit (lichtmasten door de weeks). Hieraan gingen dus ook de Rsv Hoekpolder en Haaglandia ten onder.”

Heb jij wel eens geteld hoeveel clubs er vanaf het jaar 2000 in de regio Haaglanden zijn opgeheven?
“Ik heb dit eerlijk gezegd niet meer bijgehouden maar nu wel even de voetbalverenigingen opgezocht die na het jaar 2000 in Rijswijk zijn opgehouden met bestaan. Dit zijn: Oranje Blauw (in 2004), TEDO (2004), RVC/Rijswijk (2005), RFC’95 (2006), Dynamo’67 (2006), De Adelaars (2007), JuVentaS (2012), Hoekpolder (2015) en Haaglandia (2016).”

Tijdens het schrijven van zo’n boek hou je er een kluizenaarsbestaan op na en waar haal je je informatie?
“Een kluizenaarsbestaan dat valt wel mee hoor, ik ben al wat gewend met mijn website. In de loop der jaren is de populariteit van m’n website enorm gestegen en merk ik toch wel dat iedereen steeds meer hunkert naar die oude en gezellige voetbaltijden van weleer, die helaas nooit meer terug komen. Dit kan men dan terugvinden / bekijken op m’n site. Gelukkig hebben nog heel veel mensen oude ‘plakboeken’, foto’s, krantenartikelen, jubileumboeken enz. enz. bewaard, die ik dan mag lenen (of tegenwoordig zelfs mag houden) zodat ik deze kan gebruiken voor de historie van hun oude “cluppie” op de website. In mijn drie boeken neem ik u mee in een soort tijdmachine kris kras door de voetbalhistorie van de regio Haaglanden heen en dat doe ik dan met bijzondere foto’s met daarbij een leuk verhaal. In die 10 jaar dat ik dit nu doe heb ik inmiddels een enorm fotoarchief thuis opgebouwd en hieruit heb ik de bijzondere foto’s uitgezocht die in aanmerking kwamen voor de boeken.”

buurtweg

De boekpresentatie was in Den Haag bij boekhandel Van Stockum…..een mooie blijvende herinnering?
“De boekpresentatie bij Van Stockum is zeker een blijvende herinnering. Ik had sowieso nooit verwacht dat ik ooit een boek zou mogen uitbrengen en nu zijn het er al drie. Speciale dank overigens hiervoor aan Chris Willemsen van de Nederlandse Sportboekenclub die mij hierin het vertrouwen heeft gegeven en het risico hiermee aan durfde in die moeilijke boekenwereld, waarin tegenwoordig al zoveel boeken uitkomen. De uitnodiging van Van Stockum Boekenverkoop aan het Spui (in hartje centrum Den Haag) was natuurlijk geweldig maar ook een risico want ik wist helemaal niet of er mensen op die boekpresentatie zouden afkomen. Ik maakte me zorgen om niets en het deed me goed dat er veel bekende mensen uit de ‘Haagse’ voetbalwereld aanwezig waren. Ook de pers was ruimschoots aanwezig. Het gaat allemaal als een flits voorbij en de volgende dag besef je dan eigenlijk pas hoe uniek dit eigenlijk was.”

Rijswijkers die informatie hebben over het Rijswijkse voetbal  kunnen dit naar jullie opsturen toch?
“Dolgraag, alles is welkom! Zoals eerder gezegd, ben al 10 jaar bezig met de voetbalhistorie. Van veel clubs heb ik al aardig wat foto’s en historie maar van bepaalde voetbalverenigingen nog heel weinig. Nu kom ik nog even terug op RVC want hoe groot en bekend deze ooit zo mooie voetbalvereniging was, ik heb daar nog steeds zo weinig foto’s en historie van. Met andere woorden, ik ben al heel lang op zoek naar iemand die mij hieraan kan helpen. Dit geldt overigens ook voor vele andere clubs die ooit in Rijswijk hebben gevoetbald. Van hele kleine voetbalverenigingen tot de grote clubs. De foto’s wil ik alleen even scannen en daarna krijgt u ze netjes van mij terug. Mijn e-mailadres is [email protected] of u kunt mijn telefoonnummer even vragen aan de redactie.”

Waar en bij wie is het boek te koop??
“Het boek is sowieso te koop bij Van Stockum Boekverkopers aan Het Spui te Den Haag (naast de Primark) en op internet te bestellen via http://www.nederlandsesportboekenclub.nl en via bol.com “

Al stiekem aan het nadenken over het volgende boek?
“De afgelopen maand heb ik weer vele nostalgische foto’s mogen scannen en hiervan zijn er alweer 4 foto’s geselecteerd in mapje ‘Boek 4’ Je weet dus maar nooit. Tot slot wil ik nog even terugkomen op vraag 3 met een stukje tekst uit boek 2 “Van De Adelaars tot De Zwarte Schapen”. ‘De vrijwilliger’, dit soort mensen zijn al meer dan een eeuw de bouwstenen voor elke vereniging. De vrijwilliger zijn letterlijk goud waard, of ze nou jaren lang de lijnen kalken, de ballen oppompen, kleedkamers schoonmaken, de shirtjes wassen, de website bijhouden, of wat dan ook. Deze mensen zijn belangrijker dan de beste speler uit het hoogste elftal.”

Tekst: René Marquard