Zaterdag 26 november bracht ik met heel veel anderen een geliefde tante naar haar laatste rustplaats in Bergenschenhoek.

Het was zo’n dag die voldeed aan alles wat een begrafenis, of crematie,  droevig maar ook prachtig en troostrijk kan maken. Het weer zat mee, de kerk was stampvol terwijl de verscheiden tante 91 was geworden. Er werd prachtig gesproken en er werd gememoreerd dat met het doodgaan van deze geliefde moeder, oma, vriendin, tante een hele generatie verdwenen was.

De kerkelijk werker (ja, hij ook) sprak precies genoeg, wist zijn publiek te raken kanaliseerde knap de emoties. Er werd in een lange stoet gelopen terwijl de zon doorbrak– ook zo’n mooi moment, mooi langzaam en de gelegenheid gevend om echt afscheid te nemen – van kerk naar begraafplaats. Er werd gezongen, Bijvoorbeeld: ‘Kracht voor vandaag, Blijde hoop voor de toekomst. Gij geeft het leven tot in eeuwigheid’

Ik ben allang geen belijdend katholiek meer. Maar wie wordt nu niet door zulke teksten geraakt? Dus spreek ik met overgave het Onze Vader uit.  Wat ik mijn kinderen dan ook geleerd heb. Er wordt altijd voor het avondeten even een moment voor onszelf genomen. Of ik nu Allah Akbar Allah zou zeggen of een boeddhistisch gebed, mij gaat het om dat gevoel van saamhorigheid en vooral stilte. Bijzonder,  alle gasten, ook de pubers, weten dat moment te waarderen.

Dat dat onze vader in deze kerk de hervormde versie had,  maakt mij dus niet uit. Ik zeg het. De liederen die mij niet eigen zijn, zing ik. Het orgel gaat immers voor en de teksten van de liederen zijn vaak prachtig. Ik ben de tijd voorbij dat ik me erger aan het feit dat mensen denken dat iets buiten henzelf, troost biedt. Het ís troost en verbondenheid. De kerk heeft veel lelijks gebracht. Het geloof echter, van welk vorm dan ook,  is goedheid.

Uiteindelijk doet de kerk wat goede politiek ook moet doen: verbinden.

Als het CDA het toch weer eens zou lukken. Dat gevoel van gezamenlijkheid van barmhartig zijn en vergeven weer als wenkend perspectief te laten zien. Wat zou het CDA dan in een keer weer groot zijn en wat zou dat een krachtig tegengeluid zijn tegen alles wat maar riekt naar populisme.

‘…wij hebben een honger die niet te stillen is met het brood van de welvaart. We worden voortgejaagd en afgemat en we zoeken naar ontferming. Wij zoeken in naar wat toekomst geeft en hoop’, zei de werker in de kerk.

Daarna was er voor de familie nog een samenzijn. Zo’n samenzijn dat ik bij mijn eerste begrafenis (of was het een crematie?) even moeilijk en raar vond. Er was een glas en er was gelach. Dat is pas echt een prachtige afsluiting van een bijzondere dag. Een dag van de dood die gevierd wordt met het leven.

Echt samenzijn. Dat is wat ieder zoekt en wat er gisteren was. Niet vanwege het geloof, maar vanwege de mensen.

Yvonne Hagenaars