Hennie de Man is een Rijswijker die begaan is met zijn eigen stad. Regelmatig gaat hij er ook op uit om een frisse neus op de fiets te halen. Nu kwam hij een molen tegen in de Schaapweipolder met een bijzondere geschiedenis.

Hieronder het verhaal dat Hennie de Man vond over de molen

Reeds in 1445 is er sprake van windbemaling in het gebied Noord-, Plaspoel-,  Schaapweipolder te Rijswijk (Z-H). In 1601 kreeg de Schaapweipolder, 129 ha. groot een eigen wipmolen die in 1825 volledig verbrandde. Al in 1826 kon de nieuwe opvolger opgeleverd worden : de huidige achtkante poldermolen, waarin de molenaar met zijn (grote) gezin woonde. In 1882 bouwde men een klein stenen huisje naast de molen, ingericht als zomerverblijf, keuken en wasgelegenheid. Op het kleine molenerfje stond ook een schuurtje als onderkomen voor een varken, geit, konijnen en kippen. Er kwam een einde aan de autonome windbemaling van de Schaapweipolder door het dempen van de molensloot door de Duitsers in 1944 ten behoeve van een antitankgracht. Na een fusie met de naburige Plaspoelpolder nam diens motorgemaal langs de Schie de waterbeheersing over. In 1946 vertrok de weduwe van de laatste molenaar Petrus de Lange, die in 1943 was overleden, met haar inwonende zoon Theo uit de molen, die daarna snel verpauperde. In 1959 kocht de gemeente Rijswijk de molen, en na een grote restauratie was deze in 1960 weer geheel maalvaardig.  Een andere zoon van de laatste molenaar werd gevraagd op vrijwillige basismolenaar te worden en hij heeft dit tot op hoge leeftijd, tot 1983 gedaan. Zijn opvolger was Nico van Weelde, die tot 1 juni 2001 molenaar was. Thans is er een nieuwe molenaar die de molen zeer regelmatig laat draaien.

Foto: Hennie de Man