Er waren deze week veel berichten die gingen over verantwoordelijkheid. De niet-verantwoordelijk handelende kippenindustrie met de Fipronilaffaire, is daar één van.

Maar het was ook de week van Maastricht. Vlak na het verlossende telefoontje ‘je bent geslaagd’ hoorden meer dan 300 leerlingen dat dat toch niet zo was.

Hoe het zo gekomen is, laat ik graag aan mijn collega’s daar en de Onderwijs Inspectie over, maar wat ik nu na een week berichten (onder meer dat die kinderen ‘gewoon hun diploma moeten krijgen’ teken de petitie) niet begrijp: waar waren de ouders dit hele schooljaar?

Eén van mijn collega’s verzuchtte deze week: ‘Die ouders…, ze zijn een plaag. Altijd maar klagen, nooit mijn mening respecteren en het altijd beter weten zelfs op mijn vakgebied.’ Herkenbaar voor velen, ook in andere beroepsgroepen. Joris Luijendijks schreef hierover ook in zijn boek ‘Kunnen we even praten?’. Daarin beschrijft hij de manier waarop in allerlei dienstverlenende organisaties waar met veel mensen voor veel mensen wordt gewerkt en waar veel specifieke kennis wordt geëist en professionaliteit hoog in het vaandel staat, met voorvallen wordt omgegaan zoals in de gezondheidszorg, bij de politie enzovoort. Als er wat te klagen valt, gaat soms niets te ver.

En wat hebben al die voorvallen, klachten en al die rechtszaken voor effect? De managers schieten in de ‘klachtenpreventiemodus’ in plaats van vierkant achter hun professionals te gaan staan of inderdaad te gaan werken aan de kwaliteit van wat geleverd moet worden. In het onderwijs wordt de toets – en vinkjescultuur daardoor natuurlijk alleen maar groter en omdat dat zoveel vergt, wordt bijna recht evenredig de inhoud van het onderwijs niet beter. Want zoals we uit de affaire Maastricht leren – en zoals iedereen die op school heeft gezeten weet- is een (hoog) of voldoende cijfer geen garantie voor hoge kwaliteit. Het vinkje kan dus, toont Maastricht aan, ook gegeven worden voor helemaal niks.

In Maastricht komt deze misstand nu aan het licht. Maar daar werd in meer dan 300 gezinnen een jaar lang geapplaudisseerd voor cijfers van niet bestaande toetsen. Kennelijk vroeg geen ouder zich af waarom zoon of dochter een 8 krijgt voor een vak dat hij nooit gevolgd heeft? Hoe kan het dat we in de pers weken verslag kunnen krijgen van een ouder die vindt dat zijn kind met rugzakje niet goed behandeld is (onvoldoendes gekregen, advies: ander niveau) en dat we van deze meer dan 300 ouders niets horen? Is dan het vertrouwen er ineens wel?

Dus als het stinkt als de hel maar in jouw voordeel, dan trek je niet aan de bel. Maar o wee, als je er nadelig uit lijkt te komen. Dan is een schuldige gauw gezocht en gevonden buiten jezelf.

Hebben veel ouders dus net als de boeren uit de Fipronilaffaire volgens het rapport Sorgdrager ‘de neiging zich in de rol van slachtoffer te plaatsen en niet in die van verantwoordelijke?

Ik denk het. En wat geef je je kind dan mee?

Yvonne Hagenaars