Laat ik het eens hebben over iets waarvan de meesten van ons waarschijnlijk denken dat dat nooit in Rijswijk gaat gebeuren: een aanslag.

We hebben geen groot olieraffinaderijgebied; geen grote haven; geen vliegveld; geen metrostation; een te verwaarlozen NS-station als het om een grote mensenmassa zou moeten gaan en ach, de Bogaard, u weet zelf hoe het daar is. Okay, we hebben ons Strandwalfestival. Maar goed, we kunnen geen van allen in het hoofd kijken van iemand waar een draadje los zit, maar de kans dat er hier wat gebeurt?

En toch en toch, waakzaamheid is altijd geboden. En wie had nu gedacht dat er in Münster wat zou gebeuren? Zorgvuldig platgebombardeerd door de geallieerden in 1945 (vergelijkbaar maar veel minder ernstig als met Dresden) en na de Tweede Wereldoorlog ook weer even zorgvuldig herbouwd. Een stadje waar ze proberen met dat herbouwde historisch centrum en een grote internationale tentoonstelling buitenkunst met toerisme nog iets aan inkomsten te verwerven. Maar daar reed een verwarde witte man, zomaar op mensen in om daarna een einde aan zijn leven te maken. ‘Ongemakkelijke opluchting’ schreef mijn krant.

Waarom ik niet zo bang ben voor ons Rijswijkers? Omdat wij waakzaam zijn. Algemeen weten we dat er van alle inwoners die er zijn minimaal 1% op een of andere manier mata gelap is of kan worden. (op 50.000 inwoners zijn dat er dus ongeveer 500; toch een respectabel aantal) En daar wordt op allerlei niveaus op een of andere manier, rekening mee gehouden. Vooral in de preventieve sfeer, hebben we zaken zo geregeld dat andere landen met enige jaloezie naar ons kleine Nederland kijken.

Allereerst is daar het fenomeen wijkagent. Bijna van deur tot deur weten zij in hun wijk waar er mogelijk problemen kunnen ontstaan. Wat zouden ze in de voorsteden van bijvoorbeeld Londen, New York, Berlijn en Parijs – om maar wat willekeurige steden te noemen – blij zijn met dergelijke agenten!

Dan hebben wij in de zorg geregeld dat die dicht bij de mensen staan; dat huisartsen hun patiënten kennen, dat er wijkteams zijn met wijkverpleegkundigen: die kunnen preventief ook veel afvangen. Ook zij kennen de wijk.

En dan weet ik zeker dat de winkeliers in de Bogaard, de Ns en Prorail, maar ook de organisatoren van het Strandwalfestival allemaal maatregelen nemen en bedenken hoe te voorkomen en / of te handelen in de akelige gevallen van calamiteiten.

En wie gaat over veel van bovenstaande zaken? De gemeenteraad. Het maakt dan niet zoveel uit of er landelijke of plaatselijke partijen een college vormen: wat uitmaakt is of zij en de gemeenteraadsleden weten hoe integraal en preventief met calamiteiten om te gaan.

Bij ons hopelijk nooit een ongemakkelijke opluchting; dat is ook de reden dat ik vóor de nieuwe wet op de informatievoorziening heb gestemd. Preventie voor alles.

Yvonne Hagenaars