Ik ben een echte radioluisteraar. Als het kan, heb ik de hele dag radio een aan. NPO Radio 1. ‘Vreselijk’ denkt u misschien ‘de hele tijd dat gewauwel om je heen.’ Maar voor mij is het aan de ene kant mijn bron van informatie en aan de andere kant een soort mantra. Ik hoor niet meer wat gezegd wordt maar ik ben me er wel van bewust dat er ergens op de wereld mensen commentaar leveren op mijn wereld. En ieder uur hoor ik welbewust dat er weer een uur voorbij is.

Zo hoorde ik vanochtend 9 december op een van mijn favoriete programma’s ‘De Taalstaat’, een van mijn favoriete dichters, Jean Pierre Rawie. Een dichter die altijd werkt in sonnetten. Een dichtvorm die al eeuwen bestaat. Shakespeare schreef er vaak mee en was er briljant in. Het is niet alleen een voorgeschreven vorm van vier coupletten van twee maal vier en tweemaal drie regels; het metrum moet strak zijn en het rijm moet vast zijn. Maar het heeft ook nog eens een voorgeschreven inhoud. Na de eerste twee strofen volgt de chute. Oftewel wat in de eerste twee wordt beschreven wordt in de laatste twee ongeveer omgekeerd. Bijvoorbeeld: in de eerste twee wordt een beeld geschetst dat in de laatste twee concreet wordt gemaakt. Volgt u het nog?
Hoe dan ook, bijna iedere dichter die zichzelf serieus neemt, probeert ook mooie sonnetten te maken. Jean Pierre Rawie vindt dat als je als dichter jezelf ondergeschikt maakt aan een strakke vorm dat juist ruimte ontstaat. Voor hem is rijm en sonnet geen keurslijf maar een beademingsmachine.

Vanochtend las Rawie voor uit zijn nieuwe bundel ‘Handschrift’. Hij las een gedicht voor over tijd. En hij zei over kunst in zijn algemeen ‘kunst houdt het verglijden van de tijd tegen’. Alleen in de kunst? Misschien wordt het daar het meest zichtbaar. Er is iets geproduceerd. Doen we dat ook op andere terreinen? Ik heb begrepen dat een van de belangrijkste redenen van ons bestaan de behoefte aan pro generatie is; ofwel de behoefte om kinderen te krijgen. We blijven voortbestaan.

En in de politiek? Juist door hard te roepen dat door innovatie of door maatregelen te nemen die garanderen dat zaken anders gaan proberen politici daarmee ook de tijd te snel af te zijn? Door voortdurend aan te halen hoe iets in het verleden toeging, geeft een politicus daarmee aan dat we terug in de tijd moeten? En de vorm? Waar is de strakke vorm?

In de politiek is die er. Het zou van een ongelooflijke hautaine houding blijk geven als ik een politicus vergelijk met een dichter. De politicus krijgt ook ruimte als hij zich aan strakke vormen houdt. De afspraken over hoe te debatteren, via de voorzitter, de afspraken over.. spreektijd. Ook de democratie geeft lucht (al lijken sommigen dat niet te zien, maar daarover later)
En met een motie of amendement die worden aangenomen; met een gebouw dat wordt neergezet; met een verhuizing die wordt gerealiseerd denkt of misschien eerder voelt, de politicus wellicht dat hij de tijd even te snel is af geweest.

Yvonne Hagenaars

Voorbeeld van een sonnet
RAADSEL
De tijd vliegt, maar de dagen gaan te traag.
Een jaar is zo voorbij, terwijl de uren
elk wel een eeuwigheid lijken te duren,
en morgen wordt als gister en vandaag.

De mens is niet gelukkig van nature,
en kwelt zichzelf met steeds dezelfde vraag
waarop geen antwoord is. Je zou zo graag
iets door de spiegel zien, maar het blijft turen.

Er valt geen enkel onheil te vermijden,
en dat de dood komt, is een zekerheid
waaraan je geen gedachte meer wilt wijden.

Je raakt de mensen en de dingen kwijt,
tot je het leven langzaam voelt verglijden
en deel wordt van het raadsel van de tijd.

———————————————————
uit: ‘De tijd vliegt, maar de dagen gaan te traag’, 2012.