In de gemeenteraad is dinsdag (16 oktober) gesproken over het voornemen een groot sportcomplex voor Rijswijk te bouwen. Groot is natuurlijk relatief maar het moet een flinke zaal worden waar op het hoogste niveau kan worden gevolleybald en gebasketbald. Daarnaast moeten ook scholen er aan sport kunnen doen.

Zoals dat wel vaker gaat, is het budget dat uitgetrokken is voor dit sportcomplex te laag. Wat nu te doen? Afblazen? Als u zich voorgenomen heeft thuis een verbouwing van de badkamer uit te voeren dan maakt u een begroting. Hoeveel zal alles gaan kosten? U vraagt offertes en u zoekt uiteindelijk een aannemer die u vertrouwt. Misschien niet de goedkoopste maar naar uw gevoel wel de beste. Zo gaat dat niet in het openbaar bestuur: daar moet het én de beste én de goedkoopste zijn. Daar zijn ingewikkelde aanbestedingsprocedures voor.

De burgers van Rijswijk, althans die bijna 60% die zijn gaan stemmen, hebben een gemeenteraad gekozen waar tien (10) partijen in zitten.  Iedere partij heeft zijn zegje gedaan en gelooft u mij: dat zijn niet altijd betogen waar u nu eens lekker voor gaat zitten.

Het college heeft verdedigd dat die kostenverhoging niet anders kan. Een coalitie moet er voor zorgen dat het raadsvoorstel dat door de wethouder wordt ingebracht, verdedigd wordt. Het is immers hún wethouder die het voorstel brengt? Wat coalitiepartijen (VVD, D66, GL, WIJ) doen is duidelijk maken wat er wat hen betreft nog aan ontbreekt of wat beter zou kunnen. De grondhouding is – daar moet je als vrienden (de coalitie dus 😉) vanuit kunnen gaan: dat het voorstel het zal halen, hetgeen ook gebeurd is. Bovendien moet iedereen er op kunnen vertrouwen dat het voorstel dat er ligt op alle aspecten als juridische aspecten, planning, kwaliteit, kosten, communicatie enz. doorwrocht is. En dus in het belang van de Rijswijkers.

Je zou dan kunnen zeggen dat wat de oppositie (de andere zes partijen: BvR, CDA, PvdA, GBR, RijswijksBelang, OR) inbrengt een wassen neus is. Je zou kunnen zeggen ‘waarom houden al die partijen nog een praatje als je toch weet wat de uitslag zal zijn?’

Allereerst moet de burger er vanuit kunnen gaan dat het voorstel goed bestudeerd is door élk raadslid. Vervolgens zal de oppositie de juiste vragen moeten stellen of goede tegenvoorstellen moeten doen. Moet die sporthal hier wel komen? Is een sporthal voor de basisscholen niet veel te ver van de scholen? Moeten we als Rijswijk niet het hele voorstel nog eens heroverwegen? Is het ontwerp wel passend en/ of mooi genoeg? En misschien zijn er wel slimme opmerkingen die niet passen in het voorstel maar die wel gehoord worden en meegewogen worden in het uiteindelijke ontwerp. Als de argumenten goed zijn, halen zij wellicht anderen, ook die van de coalitie over om op een andere manier naar dit voorstel te kijken. De kracht van het woord en het argument.

Hoe dan ook, in een democratie is het weliswaar de meerderheid die beslist maar die moet altijd rekening houden met de wensen van de minderheid.

Zo bezien is iedere (raads-) vergadering voor mij een feestje: het feestje van de democratie.

En net als thuis, kun je dan blij zijn met de nieuwe badkamer van het hele gezin. En in het geval van afgelopen dinsdag: met een sporthal van alle Rijswijkers. Het voorstel is aangenomen.

Yvonne Hagenaars