Vorige week tweette ik ‘leren ouders, de school maar ook de politiek mensen wel om met tegenslag om te gaan?’ U begrijpt, behalve bescheiden bijval, komen dat soort uitspraken je op sociale media ook op hoon te staan.

Mijn uitspraak deed ik omdat uit onderzoek blijkt dat de generatie millennials niet geleerd wordt om te gaan met tegenslag. Niet kunnen omgaan met tegenslag kan leiden tot een burnout. En in een burnout ben je niet zo gelukkig. En dat geluk daar zijn we in onze jaren met ongekende passie naar op zoek. Altijd maar gelukkig. Tsja, dat kan dus niet. Een klein kind moet leren dat een toren om kan vallen, dat het verlanglijstje voor Sint niet een krijglijstje is en een volwassene moet leren dat je wel gelijk kunt hebben maar dat niet altijd krijgt. Je moet leren dat de meerderheid nu eenmaal bepaalt. Of accepteren dat er soms mensen echt meer weten dan jij. Van die dingen. Als je daarmee om kunt gaan als persoon, blijk je dus veel gelukkig te kunnen zijn.
Maar natuurlijk heeft geluk ook te maken met de maatschappij, met collectieve voorzieningen. Voorzieningen voor gewone mensen waar iedereen toegang toe moet hebben. En daar kan de politiek nu weer voor zorgen.

De VVD heeft in een debat weleens naar mij uitgehaald “wij zijn hier geen geluksmachine!” De aanleiding weet ik niet meer. Het was vast zoiets als dat ik bijvoorbeeld pleitte voor muziekonderwijs omdat uit allerlei onderzoek blijkt dat je van muziek maken niet alleen slimmer (!) wordt maar ook empathischer. En wie weer meer met iemand mee kan voelen, blijkt ook weer gelukkiger. Het kan ook geweest zijn omdat ik er steeds voor pleit dat goed wonen voor iedereen bereikbaar moet zijn.

Het raadslid als machinist van de geluksmachine. Dat is een mooi gevoel. Dat je, omdat je raadslid mag zijn, mag pleiten voor en regelen dat zaken voor alle burgers van Rijswijk, tot meer geluk leiden.

En een geluksmachine? Ik vind het wel een mooi beeld. Ik ben een vurig aanhanger van de democratie om ervoor te zorgen dat alle burgers van Rijswijk goed kunnen wonen, gelukkig kunnen zijn in hun werk en zich verzekerd weten van een overheid die zorg draagt voor hun welzijn. Voor iedereen en met iedereen. Geluk dus.

Yvonne Hagenaars