De tweede week van de Advent. Dat woord komt van het Latijnse adventus wat weer betekent ‘komst’. Advent is het dus de vier weken op weg naar kerst. Thuis bij mijn moeder en vader hadden we altijd een adventskrans met vier kaarsen. (Soms heb ik er ook een) Iedere zondag mocht er eentje aan. Met kerstmis brandden er dan vier. Net als de adventskalender met de chocoladesnoepjes waar je iedere dag een raampje van open moest doen; van de Blokker of zoals nu van Zeeman, vroeger van Termeulen die hadden we ook. Het waren allemaal vertrouwde beelden voor mij en het structureerde ook. De tijd. Je gevoel van ergens bij te horen.

Als ik weleens stiekem alle vier de kaarsen aanstak voelde ik me reuzeschuldig. Berouw toonde ik door extra hard te helpen met afdrogen ofzo.

Als ik anno nu in de klassen vraag waarom we eigenlijk Pasen en Kerstmis vieren, zijn er altijd velen die werkelijk geen idee hebben. Toen ik een paar jaar geleden op mijn middelbare beroepsopleiding een klein stalletje neerzette, dachten een paar van mijn leerlingen dat dat Adam en Eva waren. Vanaf dat moment vertel ik nu in deze periode altijd wat er gevierd wordt met Kerstmis – en dus ook over hoe het gekomen is dat we een kerstboom neerzetten en waarom het zo belangrijk is dat we zulke feesten hebben.

En over hoe vreemd dat ook weer is. Dan krijg ik weleens klachten van ouders ‘of ik me tot mijn vak, het Nederlands wil beperken.’ Dan leg ik uit dat dat nu juist is wat ons Nederlands maakt; dat dat nu onze normen en waarden maken tot wat ze zijn. Ik heb geloof ik nog nooit een ‘sorry’ gehoord, maar ik neem maar aan dat die er wel is. Hoewel..

Is er door de scanderende meute die brulde ‘daar moet een piemel in?’ weleens ‘ sorry ‘gezegd? Uit het feit dezelfde leuze kortgeleden hardop gezongen werd in een vliegtuig tegen purser of stewardess en dat dat in de social media als een leuke grap werd gezien, maakt mij er niet geruster op. Wat normen en waarden? Berouw?

Want in deze tijd dat mensen alleen maar gericht lijken te zijn op vervulling van materiële zaken, op iets voor elkaar krijgen voor jezelf in plaats van voor elkaar, lijkt het ook wel op alsof zoiets als berouw hebben, zeggen ‘het spijt me’, achter de horizon verdwenen is.

Wat doen al die ouders toch thuis? Of moet ik zeggen wat doen al die mensen die voor in de mond ‘Nederlandse normen en waarden’ hebben toch? Deze week vond ik dat twee van mijn leerlingen zich niet gedroegen. Dat ze toen ik ze apart had, vervolgens mij een grote mond gaven, leek het mij niet verkeerd om ze eens een andere opdracht te geven. Ik heb ze gevraagd om een kort opstel te schrijven over ‘berouw’.

Ze hebben het bij me ingeleverd. En behalve dat zij vonden dat een opstel wel kon bestaan uit vier regels, hadden ze het samen geschreven.

Het begon zo ‘Ik geef u uw berouw terug.’ Wat een wonderlijk prachtige en onbegrijpelijk zin.

Er is nog veel te doen aan normen en waarden.