Ingezonden: Wethouder Keus zegt in het AD van 20 januari dat hij “in de Vlietlijn een kans ziet om de omgeving te verbeteren en het Stationsplein een boost te geven” . Dat klinkt mooi, maar het is vooral een manier van presenteren die een onaantrekkelijke uitkomst lijkt te verzachten, terwijl dit niet aansluit bij de realiteit op straat.
Want hoe ziet hij dat precies voor zich? Twaalf trams per uur betekent praktisch om de vijf minuten een tram op het plein. Niet een klein, stil voertuig, maar trams van 36 meter lang en 2,65m breed. Dat is geen “boost”, dat is een bijna constante stroom staal door een gebied dat juist aantrekkelijk en verblijfsvriendelijk zou moeten worden.
En dan hebben we het nog niet eens over de overlast die hij gemakshalve wegpoetst: booggeluid, dat piepende schuren van wielen in bochten, plus het belgeluid dat in de praktijk niet “af en toe” is, maar structureel. En als doorgaande fietser van de Pr. Mariannelaan naar de Parkweg toe, sta je dus ieder 5 minuten te wachten voor het (nieuwe) stoplicht vanwege een kruisende tram. Het Stationsplein wordt dan geen levendige entree van het Huygenskwartier, maar een geluidsdecor van piepen en tingelen.
Maar de grootste vraag blijft: waar komt die ‘boost’ vandaan? Als het gebruik tegenvalt — het vervoersondezoek stelt gemiddeld drie reizigers per tram — dan rijd je dus elke paar minuten een enorm voertuig langs om… bijna niemand te vervoeren. Dan is het geen impuls voor het Stationsplein, maar een dure manier om ruimte, rust en bereikbaarheid op te offeren voor een project dat vooral op papier goed klinkt.
Judith Geelen