Rijswijkse burgemeester moet opnieuw naar vergunning kijken

25 September 2026, 11:31 uur
Lokaal
mainImage

Een Rijswijkse horecaondernemer heeft bij de Raad van State met succes bezwaar gemaakt tegen de weigering om zijn exploitatievergunning te verlengen. De hoogste bestuursrechter heeft het besluit van de burgemeester vernietigd. De burgemeester moet nu opnieuw een beslissing nemen over de vergunning van het eetcafé.

De zaak sleept al geruime tijd. In december 2024 besloot de burgemeester de aanvraag voor verlenging van de exploitatievergunning af te wijzen. Volgens de gemeente werd de betreffende horecazaak in de praktijk niet als eetcafé, maar als shishalounge gebruikt.

Bij controles in 2020 en 2023 zouden volgens de gemeente meerdere overtredingen zijn geconstateerd. De ondernemer zou zijn bedrijfsvoering, ondanks waarschuwingen en aangekondigde handhaving, niet voldoende hebben aangepast aan de exploitatievergunning die voor een eetcafé was afgegeven.

Dat speelde een belangrijke rol bij het besluit van de burgemeester. Volgens de gemeente was de feitelijke exploitatie bovendien in strijd met het geldende omgevingsplan.

De ondernemer legde zich daar niet bij neer. Nadat hij eerder bij de rechtbank geen gelijk kreeg, stapte hij naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daar pakt de zaak nu anders uit. Centraal staat de vraag waarop de burgemeester zijn beoordeling van de nieuwe aanvraag mocht baseren. De Raad van State maakt daarbij onderscheid tussen de activiteiten die in het verleden in de zaak zijn geconstateerd en hetgeen waarvoor de ondernemer daadwerkelijk een vergunning heeft aangevraagd.

De aanvraag had betrekking op de exploitatie van een eetcafé. Bij de beoordeling of die exploitatie past binnen het omgevingsplan moet volgens de Raad van State worden uitgegaan van de aangevraagde activiteit. De eerdere constatering dat de zaak feitelijk als shishalounge werd gebruikt, betekent niet automatisch dat de aanvraag voor een eetcafé om die reden in strijd is met het omgevingsplan.

Daarmee houdt het besluit van de burgemeester geen stand. De eerdere uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en ook het besluit op bezwaar kan niet overeind blijven. Dat betekent overigens niet dat de ondernemer nu automatisch zijn exploitatievergunning terugkrijgt. De burgemeester moet opnieuw naar de aanvraag kijken en daarover een nieuw besluit nemen, waarbij rekening moet worden gehouden met de uitspraak van de Raad van State.

De juridische procedure heeft ook financiële gevolgen voor de gemeente. De burgemeester moet de ondernemer in totaal €3.736 aan proceskosten vergoeden. Daarnaast moet €483 aan betaald griffierecht worden terugbetaald.

Met de uitspraak komt voorlopig nog geen einde aan het vergunningendossier. De volgende stap ligt nu weer bij de burgemeester van Rijswijk, die opnieuw moet beoordelen of de exploitatievergunning kan worden verleend.