RijswijksBelang stelt vragen over zorgaffaire

2 February 2026, 10:56 uur
Lokaal
mainImage

Een 86-jarige inwoner van Rijswijk, fysiek volledig uitgeput en aantoonbaar zorgbehoevend, ontvangt ondanks herhaalde aanvragen slechts 1 uur en 15 minuten huishoudelijke hulp per week. Zowel de huisarts als het zorgkantoor hebben aangegeven dat meer zorg noodzakelijk is. Dit meldt RijswijksBelang. 

Desondanks heeft de gemeente meerdere aanvragen voor uitbreiding afgewezen zonder een huisbezoek of fysieke beoordeling uit te voeren. Recent is bovendien besloten om de waszorg volledig te schrappen en te vervangen door een externe betaalde service.

Deze gang van zaken roept ernstige vragen op over de zorgvuldigheid, menselijkheid en rechtmatigheid van het Wmo-beleid binnen de gemeente Rijswijk.

RijswijksBelang stelt daarom de volgende vragen aan het College. 

1. Is het college bekend met situaties waarin Wmo-aanvragen of herindicaties worden afgewezen zonder dat er een huisbezoek of fysieke beoordeling plaatsvindt?

Zo ja, hoe vaak is dit in de afgelopen twee jaar voorgekomen?

2. Acht het college het zorgvuldig en in lijn met de Wmo om besluiten te nemen over zorgbehoefte van kwetsbare ouderen zonder hen persoonlijk te hebben gezien?

Zo ja, op basis van welke wettelijke of beleidsmatige grondslag?

3. Waarom worden adviezen van huisartsen en het zorgkantoor in dergelijke gevallen kennelijk onvoldoende meegewogen, terwijl zij de medische en functionele situatie van betrokkene goed kennen?

4. Kan het college uitleggen hoe 1 uur en 15 minuten huishoudelijke hulp per week voldoende wordt geacht voor een 86-jarige die fysiek volledig is uitgeput?

Welke objectieve normen of richtlijnen zijn hiervoor gebruikt?

5. Is het college zich ervan bewust dat het schrappen van waszorg en het verplicht uitbesteden daarvan aan een externe betaalde dienst een directe financiële en emotionele belasting vormt voor ouderen met vaste routines?

6. Hoe verhoudt deze maatregel zich tot het uitgangspunt van de Wmo dat ondersteuning moet bijdragen aan zelfredzaamheid, waardigheid en een zo zelfstandig mogelijk leven?

7. Hoeveel Wmo-cliënten in Rijswijk zijn de afgelopen drie jaar geconfronteerd met afschaling of beëindiging van zorg?

En hoeveel bezwaarprocedures heeft dit opgeleverd?

8. Is het college bereid om deze specifieke casus alsnog te laten herbeoordelen via een onafhankelijk en fysiek huisbezoek?

Zo nee, waarom niet?

9. Erkent het college dat dit geen incident lijkt te zijn, maar past binnen een bredere trend van kostenbeheersing ten koste van kwetsbare ouderen? Zo nee, welke concrete cijfers kan het college overleggen om dit te weerleggen?

10. Welke stappen gaat het college nemen om te waarborgen dat kwetsbare ouderen in Rijswijk niet worden gereduceerd tot dossiers en minuten, maar daadwerkelijk mensgerichte zorg ontvangen. 

11: Acht het college het passend en menswaardig om een juridisch onderbouwde afwijzingsbrief, opgesteld in complexe ambtelijke en juridische taal, te richten aan een 86-jarige kwetsbare inwoner?

 

12: Is het college bereid om excuses aan te bieden aan deze 86-jarige inwoner en haar familie voor de wijze waarop haar zorgaanvraag is afgehandeld, inclusief het ontbreken van een huisbezoek, het negeren van medische adviezen en het toezenden van een juridisch zwaar onderbouwde afwijzingsbrief?

 

Zo nee, waarom acht het college deze handelwijze dan wél passend en menswaardig?

 

13: De wethouder gaf tijdens de raadsvergadering van 27 januari aan dat door het uitbesteden van de wasservice met hetzelfde personeel nu meer mensen geholpen kunnen worden. Hoe waarborgt het college dat de kwaliteit en continuïteit van zorg voor de huidige Wmo-cliënten hierdoor niet onder druk komt te staan?

 

14:Het komt voor dat zorgmedewerkers contracturen hebben die niet volledig kunnen worden ingezet door afschaling of wijziging van Wmo-zorg.

 

Hoe voorkomt het college dat dit leidt tot verspilling van zorgpersoneel, verhoogde werkdruk bij collega’s en een negatieve invloed op de continuïteit en kwaliteit van zorg voor cliënten?

 

Welke maatregelen overweegt het college om deze situatie actief te monitoren en te adresseren?