Een opmerkelijk geschil over een sociale huurwoning in Rijswijk is bij de rechter beland. Rijswijk Wonen wilde de huurovereenkomst met een bewoner beëindigen nadat was gebleken dat de man ook eigenaar is van twee koopwoningen. De woningcorporatie eiste ontbinding van het huurcontract en ontruiming van de sociale huurwoning, maar de rechter ging daar niet zonder meer in mee.
De zaak draait om de vraag of de huurder de sociale huurwoning daadwerkelijk als zijn hoofdverblijf gebruikt. Dat is een belangrijke voorwaarde in de huurovereenkomst. De woning mag bovendien niet zonder toestemming aan anderen worden gegeven of worden onderverhuurd.
Opvallend is dat de man al vóór het verkrijgen van zijn sociale huurwoning vastgoed bezat. In mei 2017 kocht hij een perceel waarop een nieuwbouwwoning zou worden gerealiseerd. Pas enkele jaren later, in november 2020, kreeg hij via Rijswijk Wonen een sociale huurwoning toegewezen.
Later bleek dat de huurder niet alleen over deze koopwoning beschikte, maar eigenaar was van twee koopwoningen. Voor Rijswijk Wonen was dat aanleiding om naar de rechter te stappen. De corporatie wilde dat het huurcontract werd ontbonden en dat de sociale huurwoning beschikbaar zou komen voor een andere woningzoekende.
De rechter maakte echter duidelijk dat het bezit van koopwoningen op zichzelf niet automatisch betekent dat iemand zijn sociale huurwoning niet als hoofdverblijf gebruikt. Voor beëindiging van een huurovereenkomst moet voldoende aannemelijk zijn dat de huurder zijn verplichtingen daadwerkelijk heeft geschonden.
De kwestie raakt daarmee aan een gevoelig onderwerp in Rijswijk. Sociale huurwoningen zijn schaars en woningzoekenden kunnen lange tijd moeten wachten voordat zij voor een woning in aanmerking komen. Dat maakt de vraag hoe sociale huurwoningen daadwerkelijk worden gebruikt maatschappelijk relevant.
Tegelijkertijd gelden bij het beëindigen van een huurovereenkomst juridische waarborgen. Een woningcorporatie kan een huurder niet uitsluitend op basis van de constatering dat hij ander vastgoed bezit uit zijn woning zetten. Uiteindelijk zijn de feitelijke woonsituatie en de afspraken uit de huurovereenkomst bepalend.
De Rijswijkse zaak laat daarmee zien dat de discussie over de verdeling van schaarse sociale huurwoningen juridisch ingewikkelder kan zijn dan op het eerste gezicht lijkt. Het bezit van twee koopwoningen roept begrijpelijk vragen op, maar voor gedwongen vertrek uit een sociale huurwoning is meer nodig dan alleen eigendom elders.