GroenLinks, BVR, D66, VVD, PvdA en ChristenUnie willen onderzoek naar rol tijdens en na Tweede Wereldoorlog van de gemeente Rijswijk in verband met Joods onroerend goed.
Hiervoor werd een belangrijke motie ingediend door diverse partijen in de gemeenteraad van Rijswijk. Deze motie roept op tot grondig onderzoek naar de rol van de gemeente Rijswijk tijdens en na de Tweede Wereldoorlog met betrekking tot gestolen Joods onroerend goed. De motie is aangenomen.
Uit recent onderzoek van Pointer, zoals bericht door het AD op 1 mei 2024, blijkt dat er tijdens de Tweede Wereldoorlog transacties met Joods onroerend goed hebben plaatsgevonden in veel gemeenten. Het is niet uit te sluiten dat de gemeente Rijswijk, net als andere gemeenten in Nederland, moreel onjuist heeft gehandeld bij de teruggave van onteigend onroerend goed en bij het opleggen van "achterstallige" belastingen aan Joodse overlevenden van de Holocaust.
Bij het herdenken van deze donkere periode hoort ook dat er verantwoordelijkheid wordt genomen voor het verleden. Daarom is het gepast dat de gemeente Rijswijk, zoals andere gemeenten, onderzoek doet naar haar rol tijdens en na de oorlog. Hierbij is het van belang om samen te werken met de Rijswijkse samenleving en relevante organisaties.
De motie verzoekt het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk om een onderzoek in te stellen naar de houding van de gemeente tegenover Joodse eigenaren van onroerend goed tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog. Het onderzoek dient in ieder geval de volgende vragen te beantwoorden:
In hoeverre is de gemeente Rijswijk betrokken geweest bij de aankoop van onroerend goed dat was geroofd uit Joods bezit?
Heeft er na de oorlog ten aanzien van dit onroerend goed rechtsherstel plaatsgevonden?
In hoeverre is er in Rijswijk "achterstallige" erfpacht en/of belasting opgelegd aan in hun eigendomsrecht herstelde Joodse overlevenden van de Holocaust?
Als na onderzoek blijkt dat de gemeente Rijswijk moreel onrechtmatig heeft gehandeld, wordt er gevraagd een voorstel te doen op welke wijze dit onrecht alsnog hersteld of gecompenseerd kan worden. Voor de financiering van het onderzoek zal er naar mogelijkheden voor private financiering binnen de Rijswijkse samenleving worden gezocht. Indien private financiering niet slaagt, zal het college uiterlijk in het tweede kwartaal van 2025 hierover rapporteren aan de gemeenteraad, zodat er een nieuwe afweging over de financiering kan worden gemaakt.