De zorgen over het behoud van het historische erfgoed in Rijswijk nemen opnieuw toe. Beter voor Rijswijk en Rijswijks Belang hebben schriftelijke vragen ingediend bij het college over de verwaarloosde staat van lokaal erfgoed bij Museum Rijswijk. Daarmee krijgt de discussie over het onderhoud, de bescherming en de toekomst van het Rijswijkse erfgoed een nieuw politiek vervolg.
De vragen zijn opgenomen in het gemeentelijke raadsinformatiesysteem onder nummer VR 26 040. De aanleiding is de zorg over de staat waarin lokaal erfgoed bij Museum Rijswijk verkeert. Daarmee komt een belangrijke vraag opnieuw op tafel: wie is verantwoordelijk voor het behoud van de historische bezittingen van de stad en wat gebeurt er wanneer het onderhoud tekortschiet?
De kwestie speelt tegen de achtergrond van een bredere discussie over de toekomst van Museum Rijswijk. Raadsleden Yoram van der Meij van Beter voor Rijswijk en Tobias Steijn van Rijswijks Belang pleitten eerder al voor een onafhankelijk onderzoek naar de financiële positie, maatschappelijke betekenis en toekomstige koers van het museum.
Zij vinden dat de geschiedenis van Rijswijk een prominentere plaats moet krijgen binnen de culturele instelling. Ook willen zij dat het museum nauwer samenwerkt met historische organisaties, scholen en andere betrokken partijen.
Onderhoud vormt financieel risico
De onderhoudssituatie van Museum Rijswijk is niet nieuw. Het historische Tollenshuis en het nieuwere museumgedeelte vragen de komende jaren aanzienlijke investeringen. Het college heeft eerder aangegeven dat het onderhoud van de gebouwen een van de grootste financiële risico's vormt voor de toekomst van het museum.
Dat maakt de nieuwe schriftelijke vragen politiek relevant. De discussie gaat immers niet alleen over de hoeveelheid subsidie die Museum Rijswijk ontvangt, maar ook over de vraag hoe de historische waarde van het gebouw en het aanwezige erfgoed voor toekomstige generaties behouden kan blijven.
In 2024 ontving het museum bijna 486.000 euro aan gemeentelijke subsidie. Daarnaast verstrekte de gemeente in 2018 drie leningen met een gezamenlijke waarde van 751.000 euro voor de ontwikkeling van het museum.
De financiële afhankelijkheid van de gemeente vormt al langer onderwerp van discussie. Van der Meij en Steijn willen onderzoeken hoe het museum meer eigen inkomsten kan verwerven, zonder dat de culturele en historische functie verloren gaat.
Eerdere zorgen over monumenten
De nieuwe vragen sluiten aan bij eerdere politieke zorgen over het onderhoud van monumenten in Rijswijk. Dit voorjaar werd duidelijk dat de gemeente geen volledig overzicht heeft van alle rijksmonumenten met achterstallig onderhoud.
Ook vindt er niet standaard preventief toezicht plaats op de onderhoudstoestand van particuliere monumenten. De gemeente komt vooral in actie na meldingen, verzoeken om handhaving of eigen constateringen.
In de gemeentelijke Erfgoednota 2024-2032 erkent Rijswijk bovendien dat in het verleden achterstanden zijn ontstaan bij het beheer en toegankelijk maken van erfgoed en historische informatie.
De gemeente heeft zichzelf tot doel gesteld deze achterstanden aan te pakken en het erfgoed beter te beschermen. Daarbij moet ook de samenwerking met historische verenigingen, monumenteneigenaren en andere erfgoedpartners worden versterkt.
Verantwoordelijkheid ter discussie
De nieuwe politieke vragen raken daarmee aan een belangrijk uitgangspunt van het gemeentelijke erfgoedbeleid: historische gebouwen en voorwerpen moeten niet alleen worden bewaard, maar ook goed worden onderhouden en toegankelijk blijven voor inwoners. Wie voor welk onderdeel verantwoordelijk is, hangt onder meer af van het eigendom en de afspraken over beheer en onderhoud. De gemeente heeft daarnaast wettelijke taken op het gebied van monumentenzorg.