De fractie van DENK-PGenR heeft kritische vragen gesteld over de gemeentelijke rol na de grote brand aan de Van Gijnstraat in Rijswijk. Bij de brand, die op 25 mei 2022 plaatsvond, gingen meerdere bedrijven verloren en werden ondernemers zwaar getroffen. De partij wilde weten welke ondersteuning de gemeente heeft geboden en of er voldoende regie is gevoerd bij de afhandeling van de gevolgen.
Uit de beantwoording van het college blijkt dat direct na de brand de gemeentelijke crisisorganisatie werd geactiveerd. Naast de ontruiming van een nabijgelegen hotel namen accountmanagers van de gemeente contact op met getroffen ondernemers. Zij boden informatie, dachten mee over mogelijke vervolgstappen en verwezen ondernemers naar beschikbare ondersteuning. Ook werd een informatiepagina op de gemeentelijke website geplaatst.
Vijf bedrijven verloren hun bedrijfsruimte
Volgens het college meldden zich in totaal elf ondernemers bij de gemeentelijke accountmanagers. Negen van hen werden zwaar getroffen door de brand. Uiteindelijk verloren vijf bedrijven hun bedrijfsruimte, wat gevolgen had voor naar schatting negen tot twaalf arbeidsplaatsen. Vier bedrijven vonden elders in de regio onderdak, terwijl één onderneming haar activiteiten beëindigde.
Gemeente ziet beperkte rol
Een belangrijk discussiepunt was de vraag of de gemeente voldoende regie heeft gevoerd. Het college stelt dat de verantwoordelijkheid voor schadeafhandeling en herhuisvesting in eerste instantie ligt bij ondernemers, verzekeraars, verhuurders en pandeigenaren. De gemeente ziet haar rol vooral als die van ondersteuner en verbinder. Accountmanagers konden meedenken over mogelijkheden, maar traden nadrukkelijk niet op als makelaar of schadebemiddelaar.
Ook over de oorzaak van de brand beschikt de gemeente naar eigen zeggen niet over informatie. Onderzoek naar de oorzaak ligt bij de brandweer en eventueel de politie.
Woo-verzoeken te laat afgehandeld
Tijdens de behandeling kwam ook de afhandeling van verzoeken op grond van de Wet open overheid (Woo) aan bod. Het college bevestigt dat er twee Woo-verzoeken over dit dossier zijn ingediend en dat de gevraagde documenten uiteindelijk openbaar zijn gemaakt. Wel erkent het gemeentebestuur dat beide verzoeken net buiten de wettelijke termijn zijn afgehandeld. Volgens het college kwam dit door de omvang van de documentatie, het opvragen van stukken bij externe partijen en het anonimiseren van documenten.
Geen apart verbeterplan
DENK-PGenR vroeg daarnaast of de gemeente bereid is een verbeterplan op te stellen voor de nazorg na grootschalige incidenten. Het college ziet daar vooralsnog geen noodzaak toe. Volgens burgemeester en wethouders wordt na iedere calamiteit geëvalueerd wat beter kan en worden verbeteringen direct doorgevoerd binnen de bestaande crisisorganisatie. Wel benadrukt het college het belang van een goede overdracht van de crisisorganisatie naar de reguliere gemeentelijke organisatie, zodat ondersteuning aan getroffen partijen gewaarborgd blijft.
Actieve rol binnen gemeentelijke bevoegdheden
Het college stelt dat het bij calamiteiten met een grote maatschappelijke of economische impact altijd een actieve rol vervult, maar wel binnen de grenzen van de gemeentelijke bevoegdheden. Die rol richt zich vooral op openbare orde, veiligheid, coördinatie met partners zoals de veiligheidsregio en het ondersteunen van getroffen partijen. De financiële afhandeling van schade blijft volgens het college een privaatrechtelijke aangelegenheid.
Met de beantwoording van de vragen lijkt het college duidelijk te maken dat de gemeente vooral een faciliterende rol ziet voor zichzelf. Voor DENK-PGenR blijft de vraag in hoeverre die ondersteuning voldoende is wanneer ondernemers na een grote calamiteit voor enorme financiële en praktische uitdagingen komen te staan.