Het zal u niet zijn ontgaan: Defensie is een monstercampagne begonnen voor het werven van reservisten. Van glimmende billboards tot indringende video’s op social media; de boodschap is helder. De krijgsmacht moet groeien naar 20.000 reservisten in 2030, en in tijden van echte nood zelfs naar meer. De wereld om ons heen schuurt, kraakt en dwingt ons tot keuzes waar we decennialang liever niet over nadachten.
Als columnist in de onderwijswereld zie ik deze ontwikkeling met gemengde gevoelens onze collegezalen binnendruppelen. Het plan ligt er: een tienweekse inhouse training bij Defensie die telt als onderdeel van de studie. Kost, inwoning, een salaris en – misschien wel het belangrijkste voor de moderne student – studiepunten. Geen gedwongen dienstplicht, maar een vrijwillige weg naar persoonlijke groei.
Binnen de muren van onze hogescholen en universiteiten barst de discussie los. "Moeten wij ons als onafhankelijke onderwijsinstelling wel verbinden aan een militaire eenheid?" vragen ethici zich af. Het is een begrijpelijk ongemak. Onderwijs staat voor vrije geest, dialoog en vrede. De schaduw van de oorlog voelt voor velen als een indringer in onze veilige onderwijsbubbel.
Maar laten we eerlijk zijn: kijken we niet naar iets veel groters dan alleen 'soldaatje spelen'? In een tijd waarin we de mond vol hebben van 'soft skills', biedt Defensie een snelkookpan van onschatbare waarde. Waar leer je beter wat leiderschap is dan wanneer je verantwoordelijk bent voor de veiligheid van je team? Waar ontdek je je eigen grenzen sneller dan tijdens een bivak in de regen, ver weg van de luxe van een studentenkamer?
We leiden jongeren op voor een wereld die steeds onvoorspelbaarder wordt. Door deze samenwerking aan te gaan, geven we studenten de kans om vaardigheden als discipline, samenwerken onder hoge druk en persoonlijke effectiviteit te ontwikkelen. Het is een vorm van burgerschap die verder gaat dan het klaslokaal. Het is de realisatie dat vrijheid en veiligheid geen vanzelfsprekendheid zijn, maar iets waar we samen – student, docent en burger – verantwoordelijkheid voor dragen.
Het klinkt als een win-win. Gemotiveerde jongeren, een versterkte krijgsmacht en een verrijkt curriculum. Maar terwijl we de ethische bezwaren langzaam zien kantelen richting een pragmatische 'ja', doemt er een nieuwe vraag op die de gemoederen pas echt zal doen verhitten.
Want wat gebeurt er als de theorie van het klaslokaal en de harde praktijk van het veld elkaar niet alleen aanvullen, maar ook gaan bijten?