\De discussie over de toekomstige openbaarvervoerverbinding tussen Den Haag, de Binckhorst en Voorburg krijgt een nieuwe impuls. Bewonersgroep De Buren van de Binckhorst roept de gemeenteraden van Den Haag, Leidschendam-Voorburg en Rijswijk op serieus onderzoek te doen naar een alternatief voor de geplande Vlietlijn: de HOV-Binckbus.
De bewoners hebben hierover een brief gestuurd aan de drie gemeenteraden. Volgens hen kan een hoogwaardige busverbinding door het hart van de Binckhorst aanzienlijk sneller en tegen lagere kosten worden gerealiseerd dan de Vlietlijn. Bovendien zou het alternatief minder ingrijpende gevolgen hebben voor de omgeving.
De voorgestelde HOV-Binckbus moet een snelle verbinding vormen tussen Den Haag Centraal en Station Voorburg. Daarmee zou volgens de initiatiefnemers niet alleen de bereikbaarheid van de Binckhorst worden verbeterd, maar ontstaat ook een directe aansluiting op twee belangrijke openbaarvervoerknooppunten.
De bereikbaarheid van de Binckhorst is een belangrijk politiek dossier geworden doordat het voormalige bedrijventerrein de komende jaren verder verandert in een stedelijk woon- en werkgebied. Met de komst van duizenden woningen neemt ook de behoefte aan goed openbaar vervoer sterk toe.
Over de Vlietlijn bestaat echter al langere tijd discussie. Vooral de mogelijke gevolgen voor Voorburg en de omgeving van de Binckhorst hebben geleid tot zorgen en verzet. Daarbij spelen onder meer de gekozen route, verkeersveiligheid, leefbaarheid en de gevolgen voor groen en bestaande infrastructuur een rol.
De Buren van de Binckhorst vinden daarom dat bestuurders niet te snel moeten vasthouden aan één oplossing. Met hun HOV-Binckbus willen zij aantonen dat verbetering van het openbaar vervoer volgens hen ook mogelijk is zonder direct te kiezen voor een omvangrijke en kostbare nieuwe railverbinding.
Een busverbinding heeft als voordeel dat deze doorgaans flexibeler kan worden ingepast. Routes kunnen eenvoudiger worden aangepast en er is minder zware infrastructuur nodig. De bewonersgroep stelt dat daardoor verschillende knelpunten die bij de Vlietlijn spelen kunnen worden voorkomen.
Daar staat tegenover dat bij de beoordeling niet alleen naar aanlegkosten en snelheid van uitvoering kan worden gekeken. Ook vervoerscapaciteit, betrouwbaarheid, reistijd, toekomstige reizigersaantallen en de verwachte groei van de Binckhorst zullen moeten worden meegewogen.
Juist daarom vragen De Buren van de Binckhorst de drie gemeenteraden om hun voorstel serieus naast de Vlietlijn te leggen. Daarmee komt de discussie opnieuw op tafel over de fundamentele vraag: is een nieuwe railverbinding noodzakelijk om de Binckhorst bereikbaar te houden, of kan een hoogwaardige busverbinding hetzelfde doel sneller en goedkoper bereiken?
Voor Leidschendam-Voorburg en Rijswijk is die discussie minstens zo belangrijk als voor Den Haag. De uiteindelijke vervoerskeuze stopt immers niet bij de gemeentegrens en kan grote gevolgen hebben voor verkeer, openbaar vervoer en leefbaarheid in de omliggende wijken.
Met de brief ligt de bal nu bij de lokale politiek. De komende periode moet blijken of de drie gemeenteraden bereid zijn de HOV-Binckbus daadwerkelijk als volwaardig alternatief voor de Vlietlijn te laten onderzoeken.