Het aantal kinderen en jongeren dat in Rijswijk opgroeit in een gezin met een bijstandsuitkering is verder afgenomen. Eind 2025 ging het om 1050 thuiswonende kinderen en jongeren tot 25 jaar. Dat zijn er 40 minder dan een jaar eerder. Het aantal ligt daarmee op het laagste niveau sinds 2018.
Dat blijkt uit nieuwe cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De daling hangt samen met de afname van het aantal inwoners van Rijswijk dat afhankelijk is van een bijstandsuitkering.
Hoewel de ontwikkeling positief is, blijft de situatie van kinderen in bijstandsgezinnen een belangrijk maatschappelijk aandachtspunt. Opgroeien in een huishouden met weinig financiële middelen kan namelijk langdurige gevolgen hebben voor de kansen op onderwijs, werk en financiële zelfstandigheid.
Uit onderzoek van het CBS blijkt dat kinderen die opgroeien in een gezin met een bijstandsuitkering later vijf keer zoveel kans hebben om zelf in de bijstand terecht te komen als leeftijdsgenoten die niet in een bijstandsgezin zijn opgegroeid.
Daarmee wordt duidelijk dat financiële kwetsbaarheid zich over generaties kan voortzetten. Kinderen die thuis te maken krijgen met langdurige geldzorgen hebben mogelijk minder mogelijkheden om deel te nemen aan sport, culturele activiteiten en andere voorzieningen die bijdragen aan hun ontwikkeling.
Voor de gemeente Rijswijk blijft het terugdringen van armoede onder gezinnen daarom een belangrijk aandachtspunt. Niet alleen de inkomenssituatie van ouders speelt daarbij een rol, maar ook de mogelijkheden die kinderen krijgen om zich te ontwikkelen en uiteindelijk zelfstandig een bestaan op te bouwen.
De nieuwste cijfers laten zien dat het aantal kinderen in bijstandsgezinnen in Rijswijk de afgelopen jaren is afgenomen. Tegelijkertijd groeien nog altijd ruim duizend kinderen en jongeren op in een huishouden dat afhankelijk is van financiële ondersteuning. De uitdaging blijft om te voorkomen dat deze jongeren later zelf langdurig afhankelijk worden van een uitkering. Daarmee gaat het niet alleen om het bestrijden van armoede op dit moment, maar vooral ook om het vergroten van kansen voor toekomstige generaties.