De ingenieurs achter de Nederlandse waterwerken verdienen een monument, vindt Vincent Karremans. Hij opende zijn deel van het debat over de begroting van Infrastructuur en Waterstaat met een uitgebreide lofzang op mannen als Jan Adriaanszoon Leeghwater en Pieter Caland, en op de mensen die de waterwerken met eigen handen hebben gebouwd.
"We hebben in Nederland heel veel standbeelden opgericht voor mensen die ons land hebben bestuurd, beschilderd en beschreven", zei de VVD-minister. Ook de watermeesters moeten wat hem betreft "op een grootse manier op een sokkel". Zijn verhaal leverde hem geroffel op de bankjes in de Tweede Kamer op.
Oppositieleden kwamen naar voren om zich achter zijn pleidooi te scharen, maar daar koppelden ze ook kritiek aan. Het kabinet heeft namelijk veel nieuwe projecten stopgezet om onderhoud door te laten gaan. De oppositie wil juist dat er ook ruimte blijft voor investeringen in nieuwe projecten.
Mona Keijzer vroeg de minister of hij ervoor openstaat om onderzoeken naar nieuwe projecten ook te laten doorgaan als er nog weinig geld voor de aanleg is. Daar reageerde Karremans weinig enthousiast op. Hij wil niet "verzanden in nog meer planmakerij".
Moet de minister er niet zelf voor zorgen dat er meer geld voor infrastructuur komt, vroeg Hidde Heutink (Groep Markuszower) zich af. Karremans antwoordde dat er met het coalitieakkoord ook miljarden bij zijn gekomen.
PRO-Kamerlid Habtamu de Hoop vroeg Karremans om te reflecteren op de rol van zijn eigen partij, die veel ministers van Infrastructuur heeft geleverd. "Ik denk dat de politiek in brede zin, alle partijen, elke keer hebben gevraagd om nieuwe projecten", antwoordde Karremans. "Daar heeft mijn partij ook aan meegedaan. Eerlijk is eerlijk." Juist de focus op nieuwe projecten heeft volgens hem bijgedragen aan tekorten voor onderhoud.
Door: ANP