Rijswijks Dagblad | Een goede zoon

Een goede zoon

mainImage

Op mijn netvlies staat het paar dat de titel heeft duke & duchess of Sussex. Een van mijn guilty pleasures: ik ben ook een royaltywatcher. Een oprechte amateur want ik weet werkelijk niks. Geen geboortedata, geen woonplekken, vakantiebestemmingen.  Ja, ik weet toevallig dat onze troonopvolgster Amalia op het Sorghvliet gymnasium zit. En ik weet dat ze af en toe chillt bij ’t Paard. Ik fietste haar niet lang geleden bijna omver toen ze met een paar vriendinnen daar op het fietspad stond.

Maar goed, verder weet ik dus niet zoveel. Ik kijk gewoon naar hun trouw-doop- en rouwrituelen en dan geniet ik. Waarom? Ik hou van de strakke onzichtbare organisatie die erachter schuil gaat; ik hou van het enorme toneelstuk dat er spontaan uit ziet en ik hou vooral van alle hun kleding. Maar wat me het aller- allermeeste bekoord is de manier waarop de meeste hedendaagse royals hun taak uitvoeren. Beheerst, professioneel en geheel in dienst van het instituut dat zij vertegenwoordigen: een waardig adellijk lid zijn van iets waar het volk zich aan kan laven, zich getroost door kan voelen en ja, zich even een beter mens. Als kers op de taart weten de Amalia’s, de kroonprinses in Spanje, de Deense prinsessen het er ook nog zo uit te laten zien alsof ze hun taak met groot plezier en zeker met toewijding uitvoeren.

En dan is er sinds 6 mei het kleine sussexje (ik neem maar even de koosnaam die ik op Instagram tegenkwam over). Perfect geregisseerd, waardoor mama Megan een zoon zonder naam, in alle rust uiteindelijk toch in een ziekenhuis kon bevallen. En daar stond Harry. Voor een paleis waar zijn vrouw niet was. Met een oprechte bewondering voor wat een vrouw in barenswee, allemaal presteert. De goede zoon. Ik zie zijn tranen of zijn trots als hij het over zijn moeder Diana, heeft. En nu de trotse vader.

De goede zoon. De titel van het boek dat op deze geboortedag de Libris-literatuurprijs heeft gewonnen. Het twaalfde boek van een schrijver waar ik nog nooit van gehoord had. Rob van Essen. “Een bijzonder eigenzinnig boek met een unieke verteltoon: een dystopische roman.” Het boek werd beschreven als “een meesterwerk vol bizarre invallen, groteske wendingen, lijnen en lagen. Van Essen laat ons zien en voelen wat het betekent om te leven in deze tijd, met zijn ­overdaad aan vrije tijd en luxe, met zijn robots en computers, een tijd waarin alles en iedereen constant in de gaten wordt gehouden en waar ­nodig van bovenaf gecorrigeerd.” (uit het juryrapport)

Pfff. Alweer iets waar ik ook als redelijke lezer, niks vanaf weet. Alleen het woord dystopisch al. Nooit te oud om te leren en net als dat halfhartige royaltywatchen van mij een reden om een zekere bescheidenheid aan de dag te leggen. Altijd. En alle reden om aan het lezen te gaan. Misschien een ideetje om de sussexjes de vertaling cadeau te doen? Zij zullen ongetwijfeld een goede zoon willen, maar hoe je die krijgt?

Yvonne Hagenaars