De Indische vrouwenbond  

28 September 2026, 09:05 uur
Columns
mainImage

Waarom het Indo-Europees-Verbond een aparte vrouwenbond kreeg, was voor mij eerst een vraag met een teleurstelling erbij. Want die geweldige bond, voor en door Indo-Europeanen (grotendeels), en als de vrouwen apart gezet worden, voor wie is die hele bond dan eigenlijk?
Nooit in emotie een oordeel vellen.
Dus ik op zoek in de oude kranten en tijdschtiften.
Toen kreeg ik een andere indruk.

In 1931 publiceer de Indische Courant een klein en opmerkelijk berichtje over de oprichting van de  'I.E.V.-V.O', een Vrouwen Organisatie.
In 1931 is de crisistijd nog altijd voelbaar in Indië. Dat betekent minder werkgelegenheid dus werkloosheid, salarissen worden gekort en de armoede en wanhoop neemt toe. Dus dan heb je alle krachten nodig die je kunt vinden om de positie van je eigen mensen, de Indo-Europeanen, te verbeteren. Binnen het IEV waren ook wel vrouwen werkzaam, maar vooral in het verlengde van hun verzorgende taak als echtgenote en moeder. Dat werd ook hier als vanzelfsprekend verwacht van de jonge vrouwenbond. In september 1931 publiceerde de Indische Courant een lang stuk waarin dat ook stond, en ook: 'De I.E.V.V.0. zal werken en strijden voor het Indo-ras naast en samen met het I.E.V.; zij zal zich voorloopig uitsluitend bewegen op sociaal-economisch terrein.'

Het was duidelijk een Europese club; dus niet voor de Inlandse of Chinese vrouwen. Hollandse leden waren evenmin altijd welkom geweest.
Dit zijn de zes vrouwen die aan de basis stonden:  mevr. C. H. Razoux Schultz-Metzer, mevr. D. van der Vossen-Lina, mevr. M. I. Weyerman-Bauman, mevr. F. Vogelsang- Fraeyhoven, mevr. L. Riekerk- Fraeyhoven, mevr. J.J. Ellendt-Mess.
 
Op het eerste gezicht maakte het vrouwenblad op mij nul indruk. Een stukje over handwerken. Wat over kinderopvoeding. Iets over onze jonge meisjes. Algemene gedachten over de toestand in de wereld. Maar in het colofon stondiets anders.

Daar ontdekte ik een verhaal over een netwerk van invloedrijke vrouwen, verbonden aan de echtgenote van de gouverneur-generaal. Hier wordt iets zichtbaar van een informele macht, in de schaduw van het formele koloniale bestuur. Hier waren vrouwen die elkaar wisten te vinden. En daar stond ook een verdere opsomming waaruit bleek wat de vrouwen deden: onderwijsadvies, armenzorg, opvang, leeszaal en bibliotheken, vaccinaties, consultatiebureaux, opleidingen enzovoort.

Vrouwen werkten hier samen: met en voor elkaar, en kennelijk, al werd dat niet zo expliciet genoemd, vooral voor Indische vrouwen. Andere vrouwenorganisaties waren algemener; deze groep niet in haar doel, ook al mochten er kennelijk ook Hollandse vrouwen lid worden.

Veel over deze vrouwenbond is helaas niet bekend. Het grote IEV-archief is weg. In de universiteitsbibliotheek Leiden liggen jaargangen van het bondsblad op een microfiche-spoel. Dat duurt lang. Maar het is er. En dan denk ik toch, het meeste wat deze vrouwen hebben gedaan, was onzichtbaar.

Vergaderingen bij iemand thuis. Overleg via de telefoon. Met de echtgenoot spreken, want veelal waren zij getrouwd. Hopelijk samenwerken met andere grote vrouwenorganisaties. En dit alles om elkaar en de nieuwe generatie Indische meisjes in de koloniale maatschappij vooruit te helpen.
 
https://www.indischeschrijfschool.nl