Rijswijks Dagblad | De druif van Carel Birnie

De druif van Carel Birnie

mainImage

Het is feest in mijn tuin. De varens schieten voor mijn ogen uit de grond, de Hosta’s zijn elke dag een paar centimeter groter en ’t kersenboompje draagt de mooist denkbare roze bloesem. Op mijn bamboe pergola ontspruiten bij de druif ontelbaar veel knoppen. Voor we een maand verder zijn, hangt er een 4 bij 4 meter groot dak van groene wijnbladeren boven mijn terras; lijkt het alsof ik in de Provence woon. En over een paar maanden bungelen er oneindig veel trossen blauwe druiven.

Voor deze druif koester ik bijzondere gevoelens. In juni 1986 kreeg ik ‘m cadeau van Carel Birnie, destijds de zakelijk directeur van het Nederlands Dans Theater. Carel bedoelde de druif als balkonplant; niet zo’n geslaagde keus. Zodoende heeft het ding jaren bij mijn moeder gelogeerd. Toen ik verhuisde naar een woning met tuin, verhuisde de druif mee. Sindsdien levert hij elk jaar tientallen kilo’s aan smakelijke, zoete vruchten. Als ik zin heb, oogst ik de trossen, kook ze en maak er druivengelei van; een heerlijke basis voor sauzen of gewoon in de yoghurt. Maar er zijn ook jaren dat ik nog zoveel potten heb staan, dat ik de nieuwe oogst volledig aan de vogels laat. 
 
Carel Birnie is volgend jaar een kwart eeuw dood. De meeste mensen hebben geen idee meer wie hij was. Ze weten niet dat hij in 1959 aan de wieg van het Nederlands Dans Theater (NDT) stond, dat hij het Haagse balletgezelschap door subsidieloze jaren heeft geloodst en er een internationaal vermaarde groep van maakte. Onder zijn bewind konden Hans van Maanen en Jiri Kylian als choreograaf de wereldtop bereiken. Maar er is meer. Zonder Birnie was er nooit een eigen theaterzaal aan het Spui verrezen: een destijds politiek omstreden ontwikkeling, die er wel toe leidde dat er tevens een concertzaal voor het Residentie Orkest kon worden gerealiseerd, er vervolgens een hagelwit stadhuis naast kwam en een Filmhuis en Spui-theater aan de overzijde werden gebouwd. Een geweldige impuls voor de binnenstad.

Aan dat alles denk ik terug als ik kijk naar de druif van Carel Birnie. Het herinnert me aan een tijd dat Den Haag naast Birnie nog een aantal andere spraakmakende kunstpauzen kende. Want in diezelfde periode bezielde Erik Vos toneelgroep De Appel, zette geldverslindende doch visionaire Rudi Fuchs het Gemeentemuseum op zijn kop, stofte Hans van Westreenen (✝︎) rigoureus de Haagse Comedie en vervolgens de Koninklijke Schouwburg af en gaf John Reinders (✝︎) impulsen aan nieuwe vormen van theater. En laat ik niet vergeten hoe Hans Muiderman in zijn Koorenhuis alle denkbare bevolkingsgroepen probleemloos en als vanzelfsprekend met elkaar het genot van kunst maken liet vieren. 

Dat de elkaar opvolgende cultuurwethouders soms eigenwijs, incapabel, zwak en/of ongeïnteresseerd waren, maakte niet uit: Birnie, Fuchs, Van Westreenen en de anderen zorgden wel dat Den Haag steeds meer ging bruisen; daarbij diplomatiek geholpen door de bevlogen kunstambtenaar Arnoud van Deelen (✝︎). Het was een voor de Haagse cultuur ongekend inspirerende periode, waarvan het einde ongeveer werd ingeluid toen ons stadsbestuur North Sea Jazz aan het financieel ruimdenkender Rotterdam verspeelde. Daarna werd het Koorenhuis meedogenloos uitgekleed, De Appel de nek omgedraaid en last but not least de Philipszaal en Lucent Danstheater met de grond gelijk gemaakt.

Bij het Nederlands Dans Theater werken nog nauwelijks mensen die Carel Birnie (1926-1995) als directeur hebben meegemaakt. De nieuwe generatie dansers heeft zelfs geen idee wie hij was. Daar staat tegenover dat ik ook al tijden geen idee meer heb wie nu directeur van het NDT is, zoals ik ook niet meer weet wie de Koninklijke Schouwburg bestiert en of we eigenlijk nog wel een wethouder van cultuur in Den Haag hebben. Alleen de directeur van het Gemeentemuseum ken ik, maar die heeft voornamelijk indruk op me gemaakt met onzin.

De druif in mijn tuin is een symbolisch monumentje geworden voor een man die zo veel heeft betekend voor de internationale danswereld en nog veel meer voor de stad Den Haag. Het gemeentebestuur heeft hem nooit enige vorm van hulde gebracht; sterker burgemeester Havermans blokkeerde in 1993 toekenning van het Ereburgerschap (omdat Birnie zich wel eens misprijzend over de burgervader had uitgelaten). Koningin Beatrix maakte deze miskenning goed door Birnie op een intieme party op Huis ten Bosch persoonlijk de Huisorde van Oranje om de nek te hangen. 

In Düsseldorf interviewde ik ooit Erik Vos toen hij een gastregie deed in het Schauspielhaus aan de Gustaf Gründgens Platz. Gründgens was één van Duitslands grootste acteurs in de 20ste eeuw. Dat hij zich ook een enthousiaste nazi had getoond, bleek in 1970 geen bezwaar om het schouwburgplein naar hem te vernoemen. Dat Birnie wel eens laatdunkend over een vroegere burgemeester sprak, zou nu toch ook geen beletsel mogen zijn om straks, bij de oplevering van de nieuwe cultuurtempel, het Spuiplein om te dopen in Carel Birnie Plein.