Er staat doorgaans niet veel in AD/Haagsche Courant dat mij kan boeien. Bij veel berichtgeving houd ik bovendien meer vragen over dan ik antwoorden heb gekregen. Want bijna alles in deze krant moet kort, in hapklare brokken. Zelfs bij de berichtgeving over de gemeentepolitiek - toch één van de pijlers voor een lokale krant - vertrouw ik tegenwoordig meer op Omroep West dan op het AD.
Zelf ben ik een jaar na de overname van de Haagsche Courant door het AD bij dit bedrijf vertrokken. Ik voelde me er niet langer op mijn plaats. Dat gold ook voor veel lezers. En de leegloop van abonnees maakte al snel een ingrijpende reorganisatie/bezuiniging noodzakelijk. Er kwam een lucratieve oprotregeling en aangezien ik elke ochtend kokhalzend naar mijn werk ging en me meer en meer schaamde om te vertellen waar ik werkte, heb ik zomer 2006 die vertrekpremie van harte omarmd.
Niettemin deed dat vertrek me behoorlijk pijn. Ik had meer dan dertig jaar in diverse journalistieke functies bij de Haagsche Courant gewerkt. Het vertrek voelde als een soort echtscheiding. Ik wilde mijn oude liefde ook niet meer zien. Ik heb geen moment een abonnement overwogen, zelfs nooit een exemplaar in de losse verkoop aangeschaft. Sterker, ik richtte met een beginnend uitgever mijn eigen èchte Haagse weekkrant Den Haag Centraal op.
Volkskrant
Maar met mijn abonnement op de Volkskrant - dat in de loop der tijd in handen van hetzelfde Belgische concern als het AD kwam - kreeg ik op zeker moment ineens ook toegang tot de websites van AD, Trouw, Het Parool en nog een hele reeks andere titels.
Zo belandde ik met regelmaat toch op de website van AD/Haagsche Courant. Voornamelijk voor de rubriek ‘Lieve Rachel’ van stads-chroniquer Leo van der Velde (1946-2025), die in aandoenlijke briefvorm aan zijn kleindochter herinneringen aan ’t Den Haag van zijn jeugd ophaalde. Ik kende Leo goed uit mijn tijd bij de Haagsche Courant. Een enkele keer belde hij me voor zijn rubriek met een vraag. “Of ik nog wist hoe die bakkerij op de hoek van de Wagenstraat en de Veerkade heette?”
Maar gaandeweg kwam er een tweede rubriek in AD/Haagsche Courant bij die me wist te boeien: Van Wieg tot Graf. In feite zijn het gewoon necrologieën, maar ze zijn wat anders van opzet, wat liefdevoller geschreven dan het doorsnee in memoriam. En het belangrijkste verschil: de auteur Nicolette van der Werff schrijft niet over Bekende Hagenaars of VIPs, maar over gewone mensen van vlees en bloed. Dat kan een bloemenkoopman zijn of een verpleegkundige… Mensen die ik niet heb gekend, maar waar een mooi, triest, vrolijk of aangrijpend verhaal aan zit. De auteur laat zien dat feitelijk achter elk mens een bijzonder verhaal schuil gaat.
Robert Schouten
Onlangs trok mijn oog naar een Van Wieg tot Graf-rubriek over iemand die ik wel heb gekend: de journalist Robert Schouten (1938-2026). Een kleine twintig jaar zat ik op pakweg twaalf meter afstand van hem op de redactie. Een doodenkele keer maakten we een kort praatje. Dat was niet makkelijk, want Rob Schouten - pas jaren later koos hij voor het wat chiquere Robert - sprak uitzonderlijk zacht. Je moest je echt inspannen om hem te verstaan.
Die praatjes gingen over niets. Hij vroeg dan bijvoorbeeld of ik wist wanneer die Utrechtsebaan in gebruik werd genomen? Hij was altijd vriendelijk en voorkomend, maar we wisten niets van hem. Was hij getrouwd, had hij kinderen? Geen idee. Hij straalde ook iets afstandelijks, iets elitairs uit. Hij schreef over defensie en over de inlichtingendiensten. Er waren collega’s die fluisterden dat Robbie zelf voor de BVD werkte en in de gaten hield wie op de redactie linkse sympathieën had. Hij heeft ongetwijfeld geweten dat die roddels de ronde deden, maar het zal hem - ongenaakbaar als hij was - weinig hebben uitgemaakt.
Gek genoeg kan ik me niets van zijn vertrek herinneren. Op zeker moment moet hij met de vut zijn gegaan. Maar van een afscheidsborrel heb ik geen weet. Misschien heeft hij dat niet gewild, gefluisterd dat hij daar geen prijs op stelde. Pas vele jaren later zag ik hem ineens opduiken in een tv-programma over spionage. Goh, die leeft ook nog, dacht ik.
En nu leeft Robert Schouten dus niet meer. Voor het eerst leer ik allerlei persoonlijk zaken over de man. Dat zijn vader Rolls Royces repareerde en zijn moeder hoedenmaakster bij de Bijenkorf was. Dat het gezin in de oorlog onderduikers in huis had en na te zijn verraden ternauwernood aan het concentratiekamp, aan mogelijke executie ontsnapte, omdat er op het moment van de inval toevallig nèt even geen onderduikers waren. Dat een Duitse V2-raket op weg naar Londen achter hun huis neerstortte en de 6-jarige Robert daarbij gewond raakte. Zijn moeder rende met het bloedende kind in haar armen het hele eind van de Riouwstraat naar het ziekenhuis Westeinde.
Teddybeer
Ik begrijp dat Robert Schouten als jeugdig ANP-journalist zijn echtgenote bij de Haagsche Courant vond, de krant waar hij enkele jaren later zelf in dienst zou treden. Ik kom ineens te weten dat hij zelf een Citroën Traction Avant restaureerde en er daarna - meestal getooid met een hoed - stijlvol in rondreed. Ik lees tot slot dat Rob zijn oude teddybeer, die met zijn bloed besmeurd raakte bij de V2-explosie, nu heeft meegenomen in zijn kist. Een oud-collega die voor mij een volstrekt onbekende was, krijgt postuum kleur.
Diep in mijn hart heb ik nog altijd de pest in dat het AD mijn Haagsche Courant heeft overgenomen en vervolgens als kwalitatief goede stadskrant drastisch om zeep heeft geholpen. En dan moet ik het sinds vorig jaar ook zonder Leo van der Velde, zonder zijn ‘Lieve Rachel’, stellen. Maar wie had ooit kunnen bedenken dat ik nu toch met zekere regelmaat naar de website van AD/Haagsche Courant ga om met plezier Van Wieg tot Graf te lezen?