De Sinterklaasintocht van 2020 zal een verdere invulling krijgen nadat er verschillende partijen en organisaties de dialoog zijn aangegaan en er een consensus is over de viering van het kinderfeest.
De sinterklaasintocht van 2019 verliep in de ogen van velen niet op de manier waarop het zou moeten. In de aanloop naar het Sinterklaasfeest en tijdens de viering zelf waren er verschillende organisaties bezig om de veiligheid van anderen te waarborgen. Dat is onder meer de evaluatie van
27 gesprekken gevoerd met de organisatoren van de intocht, betrokken externe partijen, fractievoorzitters en gemeentelijke diensten. Deze interviews zijn voorgelegd aan een onafhankelijk deskundige die vervolgens de gemeente Rijswijk van advies heeft voorzien.
De 27 gesprekken leverden dan ook een gemêleerd beeld op. Er was overeenstemming over het recht op demonstraties een grondrecht betreft. Wel geeft men aan dat een Sinterklaasintocht waarin er sprake is van onrust niet wenselijk is. Volgens velen hebben de demonstraties wel tot een grimmige sfeer geleid. De negatieve uitlatingen over Sinterklaas op sociale media zijn eveneens als onprettig ervaren. Over het geheel genomen heeft men de intocht zelf als een intocht zonder al te grote incidenten ervaren, maar dan wel dankzij de enorme inzet van politie.
Een deel van de groep vond dat er op de dag van de Sinterklaasintocht niet gedemonstreerd zou mogen worden. Daarnaast verschillen de meningen over de kleur van Piet sterk.
De conclusie van de onafhankelijke deskundige was dat de groepen een gezamenlijk doel hebben, namelijk dat het een feest voor iedereen moet zijn. Het advies is om de dialoog aan te gaan met het oog voor wat goed is voor Rijswijk in het kader van de Sinterklaasintocht. Alle partijen moeten zich gehoord voelen in deze dialoog. Om die reden wordt Dialoog in Actie ingeschakeld. Met verschillende dialoogsessies zal in september begonnen worden. Dialoog in Actie werkt samen met de Expertise Unit Sociale Stabiliteit van het Ministerie van Sociale Zaken. Er zal ook een bestuurlijk afstemmingsoverleg plaatsvinden met de burgemeester, de wethouder Sociaal Domein en de wethouder Onderwijs Cultuur en Welzijn.